Home > Ruimtelijke Ordening > Ruimtelijke ordening algemeen


Ruimtelijke ordening algemeen


11-06-2017
Ecologische verbindingszones dankzij de GOL
In 2007 werd gestart met plannen om de verkeersstromen langs de A59 in het traject tussen Den Bosch en Waalwijk op een betere en meer efficiënte manier af te wikkelen. Het plan werd de GOL (Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat) genoemd. Officieel heette het verbetering van de kwaliteit van de omgeving rond de A59, aanpak van de gevaarlijke op- en afritten, een betere doorstroming van het verkeer op de A59, behoud van de natuur, meer mogelijkheden voor recreatie en economische activiteiten en een betere leefbaarheid in de kernen.
Om die doelen te bereiken werd een Stuurgroep ingesteld, waarin 20 belangengroepen vertegenwoordigd zijn. De provincie Noord-Brabant coördineert de GOL en werkt daarin op bestuurlijk niveau samen met de gemeentes Heusden, Waalwijk en ‘s-Hertogenbosch en het Waterschap Aa en Maas. Namens de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden heeft Jan Pijnenborg zitting in een adviesgroep die de Stuurgroep adviseert. Hij legt uit dat het onmogelijk is om met alle (eigen-)belangen die er spelen rekening te houden. En voorzitter Joost van Balkom geeft het standpunt van de natuur- en milieuvereniging weer.

Nieuwe natuurgebieden
De Gol is inmiddels 10 jaar, vele vergaderingen van de Stuurgroep, verkeersmodellen, notities, rapportages, informatieavonden en deelprojecten verder.

Momenteel is men op bestuurlijk niveau druk bezig met de voorbereiding van diverse juridische procedures, zoals milieueffectrapportages en inpassingsplannen. Enkele deelprojecten, zoals het Ei van Drunen, de nieuwe brug over het Drongelens kanaal met ecologische verbindingszone en de klimaatbuffer in de Biessertpolder, zijn al gerealiseerd. Dat de plannen niet bij iedereen in goede aarde vallen, is gezien de diversiteit, complexheid en verschillen in belangen, niet verwonderlijk. Er zijn inmiddels keuzes gemaakt en er liggen nu duidelijke voorkeuren voor tracés op tafel.

Extra geld
Volgens zowel Joost van Balkom als Jan Pijnenborg worden de belangen van veel groene partijen in de Stuurgroep goed behartigd door partijen als: Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, waterschap Aa en Maas en Fietsersbond De Langstraat. Jan Pijnenborg: “Wij overleggen ook regelmatig met elkaar en ondersteunen elkaar heel vaak. Sommigen hebben goede contacten met het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Mede door geld van dit ministerie hebben we de klimaatbuffer aan de oostzijde van Vlijmen, in het kader van HOWABO (Hoog Water Den Bosch) kunnen realiseren. De natuurontwikkeling in de Biessertpolder hangt samen met de ‘nieuwe’ natuurontwikkeling in het Vlijmens Ven. In het kader van de GOL zijn er 2 grote ecologische verbindingszones van belang, een bij Vlijmen-oost die nog aangelegd moet worden en een bij de nieuwe brug over het Drongelens kanaal. De ecotunnel in Vlijmen-oost krijgt een natte passage door de aansluiting op de Bossche Sloot en een droog gedeelte waar wandelaars gebruik van kunnen maken.” Joost van Balkom over die andere belangrijke ecologische verbindingszone aan de westzijde in Drunen: “Die in de Baardwijkse Overlaat is helemaal belangrijk, omdat die een verbinding creëert van de Loonse en Drunense Duinen, dat is een droog ecosysteem met een nat ecosysteem, de Elshoutse Wielen, dat uiteindelijk in de Maas uitkomt. De natuurwaarden gaan op deze plaats heel sterk vooruit.”

Snelfietsroute
Naast die twee belangrijke ecologische verbindingen in de GOL, die van essentieel belang zijn voor de natuur- en milieuvereniging, omdat ze zorgen voor nieuwe natuur en nieuwe verbindingen van diverse natuurgebieden, komt Jan Pijnenborg met een andere belangrijke mededeling. “Het bestuur van de GOL heeft onlangs gekozen voor een snelfietsroute van Waalwijk naar Den Bosch. Dat houdt onder andere in dat die route aan bepaalde eisen moet voldoen met betrekking tot breedte van het fietspad, passages, ongelijkvloerse kruisingen etc. Men is nog bezig met het ontwerp, maar daar komt zeker extra geld voor van de provincie. Die fietsroute is een belangrijk punt vanuit natuur- en milieubelang.”

Alternatief
Voor de ontsluiting van Drunen-West en Waalwijk-Oost wordt vanaf de aansluiting 40 een nieuwe verbindingsweg aangelegd naar de Overlaatweg, die Drunen-West en Waalwijk-Oost met elkaar verbindt. Deze verbindingsweg komt te liggen in het gebied tussen Drunen en Waalwijk, in de Baardwijkse Overlaat, ter hoogte van de Heidijk. Drie trouwe en zeer actieve leden, Noor en Herman Peters en Kees van der Meijden hebben hun lidmaatschap bij de natuur- en milieuvereniging opgezegd, omdat ze vinden dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar een alternatief. Zij vinden ook dat er een verkeersoplossing op Waalwijks grondgebied, aan de noordzijde van de A59 zou moeten komen. De nieuwe verbindingsweg tast volgens hen de waarden op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie in het gebied aan. En de openheid van het gebied zou verloren gaan. Evenals de Actiegroep Van GOL naar Beter opteren zij voor aanpak van de problemen bij de wortel, de A59 zelf (bron BD). Volgens de actiegroep zeggen experts dat alleen een verbreding van de A59 de oplossing biedt.

Afrondingsfase
“Verbreding van de A59 maakt geen enkele kans bij Rijkswaterstaat. Landelijk liggen de prioriteiten elders.
Daarom ook heeft men gezocht naar alternatieven hoe men de doorstroming van het verkeer op de A59 kan verbeteren”, zegt Jan Pijnenborg, die vooral tevreden is met de realisatie van de ecologische verbindingszones.


“Door aankoop en later sloop van de kassen van Van Hulten, zo’n 5 jaar geleden, is de openheid terug in het gebied van de Baardwijkse Overlaat. Dat is met het oog op de ecologische verbindingszone gebeurd. Stel dat de op- en afrit op zou schuiven naar Waalwijks grondgebied, dan gaat er een streep door de ecologische verbindingszone. We zitten in de afrondingsfase. Er is heel veel overleg geweest en de meeste stappen zijn gezet. Je kunt nu niet zeggen, we stappen eruit, daarvoor zijn er te veel investeringen gedaan. De brug over het Drongelens kanaal is 20 meter langer geworden om die verbindingszone mogelijk te maken. De provincie heeft daar 1 miljoen extra aan bijgedragen.”

Groene buffer
Rondom de brug bij het Drongelens Kanaal komt extra infrastructuur als gevolg van de nieuwe verbindingsweg, maar dat gebied heeft volgens de beide heren nauwelijks natuurwaarde. Het krijgt juist natuurwaarde vanwege nieuwe inrichting. Joost van Balkom: “De A59 ligt zo hoog dat er geen doorzicht is. Er ligt een aspergeveld. Ik kan me niet vinden in de aantasting van de natuur. Zo’n 10 jaar geleden zijn we z’n allen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabantse Milieu Federatie, IVN en onze natuur- en milieuvereniging bij elkaar gaan zitten om een mening te vormen. Jan is vanuit ruimtelijke ordening doorgegaan en heeft ons standpunt steeds verkondigd en de reacties teruggekoppeld naar het bestuur. Je geeft vertrouwen en gaat ervan uit dat alle neuzen dezelfde kant op gaan naar een groene buffer in dit gebied.”


(Tekst RC Schalken, foto’s Marian de Bonth)

21-05-2017
Doe mee en geef Erven een Plus!
Erven in het buitengebied zijn een belangrijk onderdeel van het leefgebied voor veel diersoorten. Ze vinden er voedsel, beschutting en soortgenoten om zich voort te planten. Maar veel erven zijn de laatste decennia steeds kaler en ‘netter’ geworden. Waardoor ze minder geschikt zijn voor erfbewonende soorten zoals zwaluwen, mussen, uilen en vleermuizen.

Om de leefomgeving en nestelgelegenheid voor deze erfbewoners te verbeteren, wordt door Brabants Landschap het project Erven Plus uitgevoerd. Doel is om in twee jaar 350 erven ‘biodiverser’ in te richten met streekeigen beplanting en soortbeschermende maatregelen. Daarnaast wordt gekeken of er ook buiten het erf van de deelnemers mogelijkheden liggen voor natuur- en landschapsbeheer via andere regelingen.

Interesse om mee te doen met het project Erven Plus, of zijn er nog vragen: mail naar erfvogelsbrabant@gmail.com. Meer info op www.brabantslandschap.nl/erfvogels.


08-01-2017
Groene Hart wint procedure tegen natuurbegraafplaats
Natuurmonumenten wil een natuurbegraafplaats op Huis ter Heide bij De Moer. De BMF en natuur- en milieuvereniging Het Groene Hart Brabant zijn tegen, omdat het ongewenste schade toebrengt
aan bestaande natuur.
Het Groene Hart en de BMF vinden dat natuurbegraven moet zorgen voor nieuwe natuurontwikkeling, en niet mag leiden tot aantasting van bestaande natuurgebieden.
Uiteindelijk moest de Raad van State uitspraak doen. De Raad verklaarde dat het plan niet door de beugel kan omdat het bestaande bos- en natuurgebied onvoldoende beschermd wordt.

Ga voor een uitgebreid verhaal over dit onderwerp naar Trouw.


31-12-2016
Erfbeplantingsproject ‘PlantenNu Het Groene Woud’
Afgelopen zomer is het erfbeplantingsproject ‘PlantenNu Het Groene Woud 2016’ van start gegaan. Dit project wordt gefinancierd door Het Prins Bernard Cultuurfonds en Streekfonds Het Groene Woud. Ook de volgende gemeenten hebben een bijdragen gedaan Tilburg, Eindhoven, Oirschot, Best, Boxtel, Haaren, Sint-Michielsgestel, Oisterwijk, Schijndel, Sint-Oedenrode en Heusden.

Er is onder meer subsidie beschikbaar voor de aanplant van fruitboomgaarden, hagen, houtsingels, leibomen en laanbomen.
Inpassings -en herplantverplichtingen zijn uitgesloten van deelname.
Bij deelname aan het project wordt het plantgoed tegen een kleine eigen bijdrage beschikbaar gestel
d. De aanplant dient in eigen beheer uitgevoerd te worden.
Tot op heden zijn er 71 deelnemers aan het project. In totaal zijn 243 hoogstamfruitbomen, 93 laanbomen, 61 leilindes en 17.767 stuks bos -en haagplantsoen geplant.
Voor het voorjaar is nog ruim te voor een beperkt aantal extra deelnemers in onder meer gemeente Heusden.
Heeft u vragen of interesse om deel te nemen aan het erfbeplantingsproject? Neem dan contact op met Koen van Hout van Projectbureau Orbis via koen@projectbureauorbis.nl of 0499-21 91 24



28-08-2016
De boer op
Begin juni heeft het ZLTO in de gemeente een Toer de Boer evenement georganiseerd. Middels een fietstocht van ruim twintig kilometer kon een viertal agrarische bedrijven worden bezocht: melkveehouderij Vermeer in Elshout, komkommerkwekerij De Kok in Haarsteeg, geitenhouderij Van Rooij en Tomatenkwekerij de Kooi beide in Drunen. Doel van het evenement is de burger kennis te laten maken met de ontwikkelingen in de agrarische sector. Ik vind het altijd leuk om op zo’n open dag de bedrijven te bezoeken. Elke keer word je verrast door de gedrevenheid en de liefde voor het vak van de agrariërs. Tegelijkertijd zie dat de aansturing van een modern bedrijf door het gebruik van materieel en techniek veel geld, kennis en ondernemerschap vraagt. Wel moet je je bij een bezoek aan de bedrijven realiseren dat het vooral de betere bedrijven zijn die aan een publieksdag meedoen. Het zijn modelbedrijven waarvan de ondernemers hun zaakjes goed voor mekaar hebben.

Schaalvergroting en groei veestapel
De agrarische bedrijvigheid verandert snel. Alom zien we een tendens tot schaalvergroting en specialisatie. Door selectie, veredeling en uitgekiende voeding neemt de productie per dier en ha nog steeds toe. Het aantal agrarische bedrijven neemt jaarlijks af, maar de sector is nog steeds van grote betekenis voor de Nederlandse economie. Jarenlang is de agrarische sector door Europa gesubsidieerd. Het beleid van de Nederlandse regering is nu om de directe inkomenssubsidies af te schaffen. De hoogte van de subsidies zal meer afhankelijk worden van de inspanningen voor duurzame landbouw, natuurbehoud en dierenwelzijn. In de rundveehouderij is het melkquotum in april vorig jaar losgelaten. Veel boeren hebben vooruitlopend daarop hun stallen uitgebreid en zijn meer vee gaan houden. De boete voor een te hoge melkproductie namen zij voor lief. Het gevolg is dat de melkproductie het afgelopen jaar sterk is gestegen en dat de melkprijzen sterk zijn gedaald. Ook bij andere diersoorten (varkens, kippen, geiten) zien wij een groei van de veestapel. De schaalvergroting heeft niet alleen ruimtelijke en financiële, maar ook milieu hygiënische consequenties. Meer vee betekent ook meer mest, uitstoot van ammoniak en fijnstof en meer risico’s voor de volksgezondheid. Daarbij komt tot de veestapel sterk is geconcentreerd in bepaalde regio’s. De provincie Noord-Brabant heeft een groot mestoverschot.

Discussie over mestproblematiek en beperking groei veestapel
Tot dusver is het uitgangspunt in het beleid, dat bedrijven die hun veestapel willen uitbreiden voldoende grond moeten hebben om voldoende voer het vee te produceren en om de mest van het eigen bedrijf te verwerken. Bedrijven met te weinig grond kunnen fosfaatrechten kopen van bedrijven, die stoppen.
Er moet sprake zijn van een gezonde grondbalans. Daarbij zijn er duidelijke beleidsregels voor het uitrijden en injecteren van de mest. De verwachting was dat door de koppeling aan de grondoppervlak de groei van de veestapel kon worden beheerst. In de provincie Noord Brabant wordt een oplossing gezocht voor mestproblematiek. De provincie is een dialoog met burgers, veehouders, milieubeschermers, gezondheidsdeskundigen, financiers, gemeenten en waterschappen gestart. De bedoeling is in overleg met de partijen eind dit jaar tot een plan van aanpak te komen. De oplossing wordt gezocht in het bewerken van alle mest. Dit zal moeten gebeuren op de bedrijven zelf en in speciaal daartoe op te richten mestfabrieken op bedrijventerreinen. Door een scheiding van de natte fractie van de vaste substantie op het veeteeltbedrijf kan de emissie van stikstof, geur en methaan worden tegen gegaan en de risico’s voor de volksgezondheid worden beperkt. De provincie wil door de nieuwe aanpak geen verdere groei en op termijn een krimp van de veestapel. De vraag is of de partijen er uit komen. De burgers en de natuur- en milieuorganisaties vinden een verdere groei van de veestapel niet acceptabel (Brabant is al meer dan vol), terwijl de veehouders en het ZLTO ruimte willen houden voor verdere ontwikkeling. Gemeenten staan bepaald niet te dringen om mestfabrieken op hun bedrijventerreinen te huisvesten. En de boeren zullen opnieuw moeten investeren in aanpassing van de stalsystemen. Vanuit de Werkgroep RO zullen we de beleidsontwikkelingen kritisch blijven volgen. Onze inzet is de (grootschalige) agrarische bedrijven landschappelijk goed in te passen en emissies van schadelijke stoffen op de kwetsbare natuurgebieden tegen te gaan.

Jan Pijnenborg

04-02-2015
Bestemmingsplan buitengebied Heusden
1. In de loop van de procedure hebben wij een aantal successen geboekt.
2. Een groot aantal van onze bezwaren wordt door de Raad van State verworpen omdat de gemeente een grote beleidsvrijheid heeft.
3. In de komende herzieningen van het bestemmingsplan én door goed overleg worden waarschijnlijk een groot aantal van onze knelpunten alsnog opgeheven.


Eind oktober oordeelde de Raad van State over de bezwaren van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden tegen het eind 2012 door de gemeenteraad aangenomen bestemmingsplan buitengebied Heusden.
1. Al dan niet met behulp van gemeenteraad, GOL en Raad van State hadden wij succes op ’n aantal belangrijke punten, zoals:
a. Het feit dat de landschappelijke kwaliteit “openheid” weer terugkwam in het bestemmingsplan. Deze kwaliteit wordt nu beter beschermd.
b. In het gehele gebied van het Cultuurvlak Baardwijkse en Beerse overlaat ten zuiden van de Koningsvliet en ten noorden van het Drongelens kanaal, derhalve ook ten zuiden van Drunen, Nieuwkuijk en Vlijmen mogen, buiten bouwvlak, geen glazen of plastic teeltondersteunende constructies komen.
c. Bebouwingen in het buitengebied van hoger dan 10 meter moeten landschappelijk worden ingepast.

2. In een aantal gevallen oordeelt de Raad helaas aantoonbaar slordig, dan wel bleek dat de gemeentelijke beleidsvrijheid groot is, waardoor bv:
a. eeuwenoude houtwallen en coulisselandschap in gebieden met slechts agrarische bestemming nu in feite “vogelvrij” zijn.
b. In strijd met de provinciale verordening Ruimte er in waterwingebieden teeltondersteunende constructies kunnen komen.
c. De landschappelijke inpassing van nieuwe stallen en loodsen in het buitengebied erg onpraktisch gebeurt. Zij is nl niet gebaseerd op de aan de orde zijnde bouwplannen.
d. De landschappelijke inpassingsplannen niet van goede en praktische kwaliteit hoeven te zijn.

3. In het voorjaar/zomer 2015 komen er herzieningen van het bestemmingsplan buitengebied aan de orde,
a. waarbij de uitspraken van de Raad van State in het bestemmingsplan buitengebied worden opgenomen.
b. waarin ook de nieuwste provinciale Verordening Ruimte wordt verwerkt, waardoor de bouwvakken in het buitengebied slechts groter mogen worden dan 1,5 ha als er sprake is van een zorgvuldige veehouderij.
c. waarin zo mogelijk aan onze hiervoor onder 2.a en b genoemde bezwaren wordt tegemoet gekomen.
d. waarin de zekerstelling van de landschappelijke inpassing wordt veiliggesteld in het bestemmingsplan zelf.

Voorts wordt op de bouwvlaktekening aangegeven waar welke voorziening mag worden neergezet, waardoor ons bezwaar onder 2.c grotendeels wordt opgelost, terwijl daarnaast wordt gekeken naar de kwaliteit van de inpassingstekeningen, waardoor ons bezwaar onder 2.d mogelijk wordt opgelost.
Wij hebben in deze procedure ons best gedaan ten behoeve van natuur en landschap, met uiteindelijk waarschijnlijk ’n heel behoorlijk resultaat ten behoeve van het welzijn van natuur én mensen in onze gemeente.

Herman Peters, namens de commissie R.O.

09-11-2014
Bestemmingsplan buitengebied Heusden
Raad van State wijst op grote beleidsvrijheid van de gemeente.

Eind oktober oordeelde de Raad van State over de bezwaren van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden tegen het eind 2012 door de gemeenteraad aangenomen bestemmingsplan buitengebied Heusden.

Onze minpunten.
Onze poging om voor natuur, landschap en milieu betere uitgangspunten te krijgen, strandde voor een groot gedeelte. De Raad oordeelt dat de gemeente, als zij dat wil, de haar in de provinciale verordening Ruimte opgelegde verplichtingen slechts minimaal hoeft in te vullen. In een aantal gevallen oordeelt de Raad helaas ook aantoonbaar slordig.
Waarover gaat het dan onder meer?

1.Eeuwenoude houtwallen en coulisselandschap in gebieden met slechts agrarische bestemming zijn nu in feite “vogelvrij”.
In de voormalige plannen werden deze elementen beschermd door een extra aanduiding op de plankaart van bv. “gebied met landschaps- of natuurwaarde” .
Hoewel wij op de zitting die elementen met name noemden, werd door de Raad slordig geconstateerd dat wij geen concrete voorbeelden noemden.
(Andere colleges van de Raad vonden juist dat je niet te concreet moet zijn!)

2.In haar toelichting op het bestemmingsplan stelt de gemeente dat bestaande natuurwaarden binnen de ecologische hoofdstructuur (EHS) de bestemming “natuur” of “bos” krijgen.
Ons verzoek om dan ook het water binnen de EHS te bestemmen tot “natuur” werd afgewezen omdat “water” geen bebouwingsmogelijkheden kent en dus een betere bescherming zou geven.

3.In strijd met de provinciale verordening Ruimte staat in het bestemmingsplan dat er in waterwingebieden geen teeltondersteunende constructies mogen komen.
De Raad vindt dat geen probleem omdat de waterwingebieden tevens de bestemming “Bedrijf-Nutsvoorziening” hebben, bij welke bestemming geen teeltondersteunende constructies mogen worden geplaatst.
Ook hier oordeelt de Raad slordig omdat er nergens staat welk artikel voorrang heeft.

4.Natuurlijke inpassing van nieuwe stallen en loodsen. Als een boer een (aangepast)bouwvlak krijgt, moet er op dat moment een landschappelijk inpassingsplan komen dat “dient te zien op hetgeen het plan maximaal mogelijk maakt”. Er moet dan dus rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat op een 2,5 ha groot bouwvlak in de toekomst anders/meer/hoger gebouwd gaat worden.
Wij hadden graag gezien dat er praktischer wordt gehandeld en wordt ingepast wat werkelijk gebouwd gaat worden.

5.Goede landschappelijke inpassingsplannen.
Naast de vermelding van aantallen en soorten planten/bomen zien wij o.m. ook graag opgenomen een exacte aanduiding (met maten) van de beplantingsvlakken, de uitgroeihoogten van hagen en bomen, het beoogde onderhoud van de hakhoutwallen.
Dat geeft duidelijkheid, verhoogd (zonder noemenswaardige kosten) de kwaliteit van het plan, terwijl iemand zonder verstand van planten en bomen zo’n plan beter kan beoordelen.

6.De zekerstelling/borging van de landschappelijke inpassing.
De aanvankelijk opgestelde overeenkomsten daarvoor waren juridisch van lage kwaliteit, doch de Raad stelt niet te willen oordelen over private overeenkomsten.

Onze pluspunten.
Daarnaast hebben wij in deze hele bestemmingplanprocedure al dan niet met behulp van gemeenteraad, GOL en Raad van State ook een aantal zaken wél voor elkaar gekregen.
Waarover gaat het dan onder meer?

1.Wij zorgden ervoor dat de landschappelijke kwaliteit “openheid” weer terugkwam in het bestemmingsplan.
Deze kwaliteit wordt nu beschermd.
In principe mogen in deze open gebieden buiten het bouwvlak geen (4 m hoge) tijdelijke teeltondersteunende constructies komen.
Ons verzoek om hier ook de lage (1,5 m hoge) tijdelijke constructies te weren werd helaas afgewezen, waardoor de kwaliteit toch nog kan worden aangetast.

2.In het gehele gebied van het Cultuurvlak Baardwijkse en Beerse overlaat ten zuiden van de Koningsvliet en ten noorden van het Drongelens kanaal, derhalve ook ten zuiden van Drunen, Nieuwkuijk en Vlijmen mogen, buiten bouwvlak, geen glazen of plastic teeltondersteunende constructies komen.

3.Bebouwingen in het buitengebied van hoger dan 10 meter moeten landschappelijk worden ingepast.
Daarnaast heeft de gemeente zich bereid verklaard in de toekomst betere borgingsovereenkomsten te sluiten en zijn meer landschapsarchitecten-bureaus bereid om betere landschappelijke inpassingplannen te maken.

Conclusie.
Wij hebben in deze procedure ons best gedaan ten behoeve van natuur, landschap en milieu. De gemeente heeft het recht (de beleidsruimte) anders te denken over de bescherming van deze waarden en bijvoorbeeld de (korte termijn?) landbouwbelangen erg zwaar te laten meewegen. De rechter heeft gesproken en beslist en daarmee moeten we het doen !

Herman Peters, namens de commissie R.O. (6/11/2014)

31-12-2013
Op weg naar een duurzame veehouderij??
In september diende onze vereniging evenals de Brabantse Milieufederatie (BMF) en andere natuur- en milieuorganisaties (waaronder Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten) een zienswijze in tegen het concept voor de nieuwe provinciale Verordening Ruimte 2014. Ook veel boeren en de ZLTO deden dat.
In de Verordening Ruimte (VR) regelt de provincie wat wél en wat niet mag in het buitengebied van Brabant.

Bijna jaarlijks wordt deze verordening aangepast aan nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Een gemeente mag geen bestemmingsplannen maken die in strijd zijn met de VR.
Begin dit jaar zijn onder leiding van de provincie door allerlei maatschappelijke organisaties (waaronder ZLTO en BMF) afspraken gemaakt m.b.t. een overgang naar een duurzame veehouderij.
Daarbij moet rekening worden gehouden met de volksgezondheid voor mensen, natuur en leefomgeving, dierenwelzijn, het sluiten van kringlopen en het verminderen van de overlast in al overbelaste situaties. Boeren moeten hun ontwikkelruimte verdienen door zorgvuldige bedrijfsvoering, waarbij zij kunnen uitbreiden binnen het volume van stoppende bedrijven.

In de nieuwe VR zou die transitie gestalte moeten krijgen.
Maar helaas, de nieuwe VR mist de aanzet naar een werkelijke overgang naar een duurzame veehouderij, waarbij ook de kwaliteit van natuur, landschap en de omgeving verbeteren.
Daarbij komt dat -in tegenstelling tot de verwachting dat een aanzienlijk deel van de bestaande veehouderijbedrijven zal stoppen- er een trend is te zien dat bestaande veehouderijbedrijven de bedrijfsvoering niet beëindigen. Hun bedrijf wordt vaak overdragen aan grotere veehouders die ter plekke het bedrijf al dan niet gewijzigd voortzetten.
Ook doordat veel gemeenten stelselmatig hebben verzuimd om oude vergunningen in te trekken en/of de agrarische bestemming van gestopte bedrijven eraf te halen, blijven gestopte bedrijfslocaties beschikbaar voor de markt van de “grote boeren”.

Duidelijkheid over milieuruimte ontbreekt.
Het advies van de Commissie MER (Milieu Effecten Rapportage) werpt uitdrukkelijk de vraag op of er wel voldoende milieuruimte is om boeren te laten uitbreiden naar bedrijfs-/stallencomplexen van 1,5 ha. Ook al voldoen zij aan de eisen voor een zorgvuldige veehouderij.

Veestapel kan onverminderd doorgroeien.
Uit het MER komt naar voren dat de ontwikkelingsmogelijkheden voor boeren in de ontwerpverordening ruimte 2014 te groot zijn in relatie tot de schaars beschikbare milieuruimte.

Er is een regionale groei van de veestapel mogelijk door uitbreidingsmogelijkheden te bieden voor bouwvlakken tot 1,5 ha.
Bovendien worden in 2015 de dierrechten en melkquota afgeschaft, waardoor een
flinke toename van de veestapel wordt verwacht - vooral in Brabant , doordat er daar nog uitbreidingsruimte wordt geboden.
Verwacht wordt dat de melkveestapel in totaal met 200.000 koeien, de pluimveestapel en de het aantal varkens met 10 % zal groeien.
De huidige bestemmingsplannen maken in Noord-Brabant nog een groei van de veestapel per veehouderijlocatie mogelijk met 100% of meer.

Aanbevelingen MER genegeerd.
In de MER worden aanbevelingen gedaan voor:
* het voorkomen van een verdere toename van (ongewenste) lokale groei van de
veestapel, (het zogenaamde dierstandstill voor de overbelaste gebieden), * een actief intrekkingsbeleid voor niet benutte rechten (o.a. bouwmogelijkheden) en * omschakeling alleen toestaan ten behoeve van de afwaartse beweging, dus in combinatie met het beëindigen van een locatie op een niet-duurzame locatie en het per saldo verminderen van de milieubelasting.
Wij vinden het een gemiste kans dat deze aanbevelingen in de concept-verordening niet zijn opgenomen.

Ondanks Heusdens beleid én ondanks gebrek aan milieuruimte: mogelijk toch méér dieren in Heusden.
In het MER-rapport, opgemaakt in het kader van het onlangs vastgestelde bestemmingsplan buitengebied Heusden, werd geconstateerd dat er in de gemeente Heusden geen milieuruimte meer aanwezig is. De gemeente staat in haar bestemmingsplan dan ook geen nieuwe intensieve veehouderijbedrijven toe.
Dat beleid dreigt nu onderuit te worden gehaald door de nieuwe VR.
Dit is heel schadelijk, speciaal ook voor de mooie Natura 2000 – gebieden, als de Loonse en Drunense duinen én het Vlijmensch Ven en daarnaast tal van andere schitterende natuurgebieden in onze gemeente, die nu al te lijden hebben van te ruime emissie.

Hoe verwerken we alle mest?
Uitdrukkelijk maken wij ons ook zorgen over de aanname dat de grotere hoeveelheden mest wel goed verwerkt kunnen worden. Daarbij wijzen wij erop dat in onze regio het Waalwijkse cradle to cradle - bedrijf Desso heeft moeten afzien van het (samen met de ZLTO) opzetten van een mestverwerkingsinstallatie inclusief een biovergister omdat dat geen financieel gezond bedrijf zou kunnen worden. Als het een goedwillend en kapitaalkrachtig bedrijf als Desso niet lukt, wie zou het dan wel lukken?

Bouwen in het voormalige Land van Ooit?
Op de bij de concept-verordening behorende kaarten staat het gebied van het voormalige Land van Ooit tussen Drunen en Nieuwkuijk aangeduid als integratie stad-land en als zoekgebied voor stedelijke concentratie. Dit is in strijd met de Structuurvisie van Heusden, waar het gebied de status heeft van
landschappelijke geledingszone en ook in strijd met de provinciale Structuurvisie waar het gebied is aangeduid als groene geledingszone. Wij vinden dat de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van dit gebied blijvend moeten worden beschermd en dat deze gehele geledingszone dient te worden gevrijwaard van bedoelde stedelijke ontwikkeling. Bebouwing van dit gebied is uit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik niet gewenst. Elders in de gemeente is meer dan voldoende ruimte voor woningbouw en bedrijventerreinen.

Complexen plastic tunnels / kassen in het buitengebied?
Ons inzien moet heel terughoudend worden omgegaan met het toelaten van grote complexen van plastic tunnels in het buitengebied. Zij kunnen grote schade berokkenen aan waarden, zoals openheid, cultuur, waterhuishouding én natuurlijk natuur (bloemen en planten, weidevogels en dassen etc.). Zij hebben een behoorlijke impact op de beleving van het buitengebied door inwoners/recreanten.
Tenslotte.
Enkele punten uit onze zienswijze zijn hier aangestipt. Agrariërs en agro-industrie mogen zich ontwikkelen , maar niet ten koste van onze kwetsbare natuur, het landschap, de volksgezondheid en de leefbaarheid.

Herman Peters, Commissie Ruimtelijke Ordening

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2017
Vogelgeluid