Home > Natuurstudie > Inventarisatie-vlinders


Inventarisatie-vlinders


28-10-2017
Vlinderinventarisatie 2017
Het telseizoen voor vlinders sluit 1 oktober. En dan ben je altijd benieuwd hoe hebben de vlinders het in de diverse Heusdense natuurgebieden gedaan. Ondanks het natte koude weer in de zomermaanden kunnen we stellen dat de vlinderstand in de telgebieden stabiel is.

Wel zijn de normaal massaal vliegende witjes in aantallen achteruitgegaan, maar een soort als het landkaartje wordt steeds algemener. Leuk is dat het Hooibeestje weer aan het terugkeren is. Dit vroeger algemeen voorkomende vlindertje is tientallen jaren niet waargenomen en nu is hij er weer. Langs het Drongelens kanaal en in de Hooibroeken vloog dit kleinste zandoogje. Bijzonder vond ik de waarnemingen van de Oranje luzernevlinder in de Hooibroeken. Deze vlinder afkomstig uit het Middellands zeegebied heeft in de Hooibroeken op de klaver eitjes gelegd. En deze zijn uitgekomen. Een groepje van vier net uit de pop gekomen vlinders dartelden, totaal niet bang in het rond.
Ik voeg hierbij mijn inventarisatiegegevens toe van de volgende natuurgebieden:
- de Hooibroeken,
- het Vlinderveld 1,
- het Vlinderveld 2,
- het Natuurpark,
- de Heidijk,
- het talud van het Drongelens kanaal.


Joost van Balkom

04-06-2017
2016 slecht jaar voor vlinders.
Dat blijkt uit het jaarverslag van de Vlinderstichting en het CBS. Vorig jaar werden iets meer vlinders geteld dan het jaar daarvoor. Het aantal lag echter onder het langjarige gemiddelde. Volgens de Vlinderstichting hadden vlinders vooral last van het relatief koude weer eind juni. Dit was de periode waarin flinke regen- hagelbuien over het land trokken.

Dat de afname nu minder is, wordt in het rapport toegeschreven aan een warmer klimaat en de bescherming van vlinders.

Ga voor de vlindertoestand in onze eigen gemeente naar www.natuurenmilieuheusden.nl.





09-10-2016
Inventarisatie dagvlinders 2016
Klik hier voor het overzicht.

16-11-2015
Vlinderinventarisatie 2015
Wederom is er een gedaan vlinderinventarisatie

09-11-2014
Vlinderinventarisatie 2014
Welke vlinders zijn er in 2014 waargenomen in de Baardwijkse Overlaat?! klik hier

Nectar
Zaterdag 1 maart was er weer, zoals elk jaar, de landelijke vlinderdag, georganiseerd door de vlinderstichting in Wageningen.
Nectar, het toverdrankje, was het hoofdthema van deze dag en liep als een rode draad door het programma heen. Nectar is heel veel meer, dan simpel een beetje suikerwater. Er was een Belgische prof aan het woord en zijn verhaal was boeiend, doch ook zeer verontrustend. Hij had grof weg twee milieus geschapen, door middel van twee hele grote ruimtes. In de ene ruimte was een grote hoeveelheid nectarrijk knoopkruid aanwezig, de hemel voor het bruine zandoogje. De andere had wat armentierige rode klaver als begroeiing, de hel voor het bruine zandoogje. De zandoogjes werden in beide kooien slechts 48 uur, twee etmalen, gehouden en de conclusie was dramatisch. De zandoogjes van de klaverkooi waren veel van hun gewicht, vetreserves kwijt, vooral de mannetjes, vrouwtjes hebben sowieso wat meer vet, daar zij de eitjes moet ontwikkelen en afzetten. Door hun lage reserves gaan ze in noodplan, dat wil zeggen, weinig activiteiten laten zien, wat juist hard nodig is, om te paren eitjes af te zetten en nectar te vergaren. Ook hun vruchtbaarheid, aantal eitjes en hun levensverwachting loopt, zon 20% en meer terug.
Ook het aanbod aan nectarplanten, moet divers zijn. In een gezonde situatie, zal een vlinder zo nu en dan de nectarplant bezoeken om in voldoende mate, deze drank tot zich te nemen en tijd overhouden voor eitjes af te zetten en dergelijke. In een omgeving waar bijna niets te halen valt, zitten ze heel lang op die enkele bloem en leidt dan nog tot te korten van hun reserves en gaat het alsnog mis.
Het aanbod aan nectarplanten moet dus omhoog, niet alleen voor vlinders, maar ook bijen hebben een te kort en de akkervogels, die vrijwel geen zaden meer kunnen vinden, van de uitgebloeide bloemen. Zoals bijvoorbeeld de dramatische achteruitgang van patrijs, kneu en geelgors.
De vlinderstichting, heeft geld van de postcodeloterij ontvangen en hiermee worden zogenaamde Idylles aangelegd. Er worden percelen ingezaaid met inheemse bloemenmengsels. In samenwerking met de bijenhoudersvereniging zorgt de Vlinderstichting dat er meer kleur en hiermee dus nectar en stuifmeel, in het Nederlandse landschap komt. Deze Idylles bestaan uit percelen van een halve hectare tot twee hectaren.

Dit is in het buitengebied, in het meer stedelijke gebied, kan het wat kleiner zijn.
Ook voor ons, de mens, wordt het uiteraard veel mooier en aantrekkelijker, om naar deze bloemenpracht te kijken in vergelijking met de eentonige groene biljartlakens, die overal veel te veel aanwezig zijn. Hopelijk gaat het een succes worden.

Blues in the marshes
Een ander heel groot project is dat van de Moerputten, Vlijmens Ven, Honderdmorgen, Vughtse Gement en Bossche Broek. Dit moet als het ware een grote aan een gesloten natte natuurparel worden. De rijke bovenlaag moet van de voormalige landbouwgronden af.
En op sommige plekken worden gecontroleerde lappen perceel uit de Moerputten, met uiterste precisie, om het leven en de structuur van dit stukje blauwgrasland, niet te verstoren, getransplanteerd in het gebied er naast, om alvast een voorsprongetje te maken.
Het hele bodemleven, verhuist mee, naar een naastgelegen gebied en kan daar dus meteen aan de slag. Ook wordt het maaisel, met dus de zaden van de daar voorkomende planten, naar elders gebracht, om ook hier al een voorsprong te creëren. Het uiteindelijk streven is om naar de 8000 pimpernelblauwtje te gaan. In het afgelopen jaar, hebben er in de Moerputten alleen 2000 pimpernelblauwtjes gevlogen. Kritische vlinders, zoals het pimpernelblauwtje, zijn goede kwaliteitsindicatoren, wat betekent, dat als het leefgebied voor hun in orde is, dat heel veel ander leven hier ook van profiteert. Kortom een uiterst interessante ontwikkeling.

Hoge temperatuur
Door de hoge temperatuur worden er al heel veel dagvlinders gezien. Zelf moet ik bekennen, mocht ik er nog geen een zien. Ben al diverse keren de al bloeiende katjes afgeweest, maar nee ze waren daar nog niet.
Wel al redelijk veel hommels waren er aanwezig. Maar neemt niet weg dat de kleine vos, dagpauwoog, citroenvlinder, de gehakkelde aurelia en zelfs atalanta’s gezien worden. De atalanta is in principe een trekvlinder en zou de Nederlandse winter niet kunnen overleven. Maar de laatste jaren worden er al vroeg in het jaar atalanta’s gezien, deze zijn dus in staat gebleken om hier toch ergens beschut te kunnen overwinteren.
Vandaag 5 maart dan toch mijn eerste kleine vos zien vliegen. Hierna meteen doorgereden naar het bosje bij de Hoge Bank, Honderdbunderweg, in dit bosje zijn aan de rand namelijk veel berken en ieder jaar de oranje berkenspanner. En warempel er vloog een mannetje rond de berkentoppen. Mijn eerste oranje berkenspanner, dit jaar. Het voorjaar is begonnen! Dit is dus een overdag vliegende nachtvlinder.

Andere nachtvlinders ben ik daarentegen al volop tegen gekomen. In het natuurpark bijvoorbeeld op het stroop-smeermengsel:
-28 exemplaren van de wachtervlinder.
-6 exemplaren van de bosbesuil
-5 exemplaren van de variabele voorjaarsuil
-1 exemplaar van de tweestreepvoorjaarsuil
-2 exemplaren van de zwartvlekwinteruil
Niet op stroop, maar gewoon rondvliegend aldaar, 3 exx. Van de gewone spikkelspanner en 3 exx. Van de grote voorjaarsspanner.
Bij de Haarsteegse Wiel, ook veel wachtervlinders op stroop en als extra nog een dubbelstipvoorjaarsuil.

Thuis zijn de gevlamde vlinders ook al uit de pop gekropen en hebben diverse pogingen gedaan om te paren. Maar na iedere copulatie bleef het vrouwtje maar lokken. Dit doen ze door hun achterlijf op een bepaalde manier vrij te laten hangen, waar uit duidelijk zichtbaar een orgaantje uitstulpt, waarmee ze hun sekslokstoffen verspreiden. Deze lokstoffen worden ook wel feromonen genoemd. Uiteindelijk heeft er geen geslaagde paring plaatsgevonden van deze bijzonder mooie vlinder. Heeft voorheen bij de roeivijver in Drunen gevlogen, de laatste tijd helaas daar niet meer waargenomen.

Vlinders beschrijven
Het is me opgevallen dat het voor veel mensen lastig is, om een vlinder te beschrijven, die ze een tijdje geleden zijn tegen gekomen en zelfs op een foto hebben gezet. Ik ken toch redelijk wat soorten vlinders al zeg ik het zelf, maar sommige mensen beschrijven mondeling een soort en de grootte hier van, dat ik denk een nieuw soort voor Nederland, bewijze van spreken.
Voorbeeld laatst was ik in het natuurpark om vogeltjes te bekijken, komt er een dame naar me toe en we raken in gesprek en al gauw komen de vlinders ter spraken.

Ze had een hele grote gezien, gebaren met de hand makende en een kleur die vrijwel met de boom gelijk was, dus bijna onopvallend. En hij had een hele “baard” achter zich wat eitjes bleken te zijn. Ik veronderstelde de plakker. Het vrouwtje van de plakker is witachtig, redelijk groot, maar niet onopvallend en “plakt” haar eitjes met de schubharen van haar achterlijf aan de schors van de boom, de “baard” zoals zij dit noemde. Ik vertelde haar dat het mogelijk de plakker geweest kon zijn, maar die is dus witachtig, maar dat was uitgesloten vertelde ze mij. Had mijn email gegeven en ze zou de foto die ze had gemaakt opsturen. En jawel toch de plakker.
Op zich helemaal niet erg, maar het geeft aan dat niet iedereen het zelfde naar een vlinder kijkt. Als ze weer een vlinder tegen kwam die ze niet kende, stuurt ze deze op ter determinatie. Alleen maar leuk en goed.
Komende tijd wordt het alleen maar drukker met de vlinders en beginnen de monitorroute ’s weer en kan het licht in de nacht weer meer aan en de frequentie van het stropen/smeren weer opgevoerd worden.

Vogels
In de winter ook de vogels niet vergeten, in het natuurpark zaten veel goudvinken, regelmatig kruisbekken en soms ook appelvinken. Ook ben ik uiteindelijk naar Zwolle afgereisd voor de sperweruil. Hij zat er al vanaf november, dus ik ook een gokje gewaagd. Het was een fantastisch mooi dier, totaal geen schuwheid, is geen mensen gewend en kent hem derhalve niet als vijand, komt uit de Scandinavische landen en is toch wel uniek voor Nederland. Enkele malen was hij hier, zoals ook deze wat langere periode. Hij ving gewoon muizen voor de ogen van het publiek. Een mooie ervaring was het.

Paul Kreijger




Er komt een nieuwe IDYLLE, aan de Kanaalweg in Drunen.
Bloemen voor vlinders, bijen en mensen!

Een kleurrijker Nederland, dat is waar De Vlinderstichting aan werkt. Met steun van de postcodeloterij legt De Vlinderstichting de komende jaren bloemrijke plekken , zgn. IDYLLES, aan. Voor mensen om van te genieten en voor vlinders om beter te kunnen overleven.

Al decennia lang vermindert het aantal vlinders in Nederland. Vanaf 1991 volgt De Vlinderstichting nauwgezet de trends van alle vlindersoorten. Het blijkt dat zowel de bedreigde soorten als sommige algemene soorten steeds meer achteruit gaan. Kort geleden is aangetoond dat één van de oorzaken het gebrek aan bloemen is. En hier hebben niet alleen vlinders last van, ook de bijen en de hommels. Een gebrek aan bloeiende planten leidt voor deze en vele andere insecten tot een tekort aan nectar en, vooral voor bijen en hommels, aan stuifmeel.

Dankzij IDYLLE komt hier verandering in. Samen met de bijenhoudervereniging zorgt De Vlinderstichting de komende jaren voor meer kleur in het landschap. IDYLLE’S, percelen in het buitengebied, van rond een hectare, worden ingezaaid met inheemse bloemenmengsels waardoor een voedselrijke plek voor bijen en vlinders ontstaat.
De IDYLLE’S zijn ook heerlijke plekken voor mensen. Ook mensen genieten van de kleuren en de geuren op deze opengestelde plekken en door de inrichting hebben ze volop mogelijkheden om er te wandelen of te zitten.

Half februari heeft de Vlinderstichting een keus gemaakt uit de honderd inzendingen. Onze locatie op het Vlinderveld aan de Kanaalweg in Drunen, die Rien Melis , Joost van Balkom en wethouder Margot Mulder eerder gepromoot hadden, is uitgekozen en wordt gemaakt tot een IDYLLE. Begin maart volgen de eerste besprekingen om zo snel mogelijk te kunnen beginnen met de aanleg, zodat we deze zomer nog kunnen genieten.

We houden u op de hoogte.

Joost van Balkom
Bron: een deel van de tekst is afkomstig van de site van De Vlinderstichting)

15-01-2014
Een mooi vlinderjaar
Ook dit jaar organiseerde de vlinderstichting weer een nachtvlindernacht.
Hierbij wordt op deze avond in heel Nederland op diverse locaties met behulp van een sterke lamp, dat op een wit laken schijnt, nachtvlinders bekeken. Deze werd gehouden op 6 september. Bij de aankondiging en aanmelding werd er gesproken over de achtste nachtvlindernacht, die dit jaar zou plaats vinden. Maar nu bij de evaluatie spreekt men over de negende nachtvlindernacht, geteld vanaf 2005, zou het kunnen kloppen, maar dit is leuk voor de statistieken. Andere jaren was voor dit evenement weinig belangstelling en aanvankelijk zou ik het daarom niet doen voor het “grote” publiek. Zelf ben ik met vlinders uiteraard dag en nacht in de weer. De vlinderstichting had wel al gelobbyd dat de nachtvlindernacht er weer aan zat te komen. Maar Peter van de Velden wilde het toch wel weer oppakken. Dus heeft hij het aangemeld, locatie ijsbaan aan de Duinweg. Ook de Scherper en HDR werden op de hoogte gebracht voor de nodige publicatie.
De middag van de zesde september zag er niet goed uit, regen en dergelijke, maar de avond verliep eigenlijk best goed, geen wind en geen neerslag. Er waren ongeveer 30 mensen op af gekomen, sommigen met kinderen. Het licht werd ontstoken en we hadden enkele bomen gesmeerd, het smeersel bestaat uit appelstroop/keukenstroop, suiker, bier, wijn en rum. En verder maakt het niet uit wat je er bij doet als het maar zoet is. Tijdens dit gebeuren hadden we dia’s, die van voor het digitale tijdperk, uitgezocht en met de projector en scherm, deze aan de mensen laten zien. Uiteindelijk zijn er 34 soorten nachtvlinders deze avond verschenen. Vrijwel alles op licht, een enkele op de stroop. Geen echte spectaculaire soorten, maar wel een paar opvallend gekleurde. Zoals hagedoornvlinder, rozenblaadje en gele eenstaartjes. De zwarte c-uil was het meest vertegenwoordigd. Dit was ook landelijk het geval. Er zijn ongeveer 800 soorten macro-nachtvlinders, dus 34 soorten is op zich, geen heel groot aantal. Maar dit kan toch per avond enorm verschillen. De zwoele avonden net voor onweer, zijn over het algemeen heel goed om nachtvlinders aan te trekken op licht. Maar het was toch wel een geslaagde avond. In de Scherper verscheen een mooi artikel.
Ook dit jaar weer twee nieuwe soorten nachtvlinders geteld in onze gemeente. En wel bij de Haarsteegse Wiel. Had hier een rij bomen gesmeerd en de bruine essenuil en de blauwvleugeluil waren hier op afgekomen. De familie van de uilen horen tot onze grootste groep nachtvlinders.Beide soorten had ik hier nog niet eerder waargenomen. Terwijl ik toch al jaren zeer regelmatig aan het smeren ben.
Momenteel vliegt de kleine wintervlinder weer massaal op de bomen. Langs bijvoorbeeld de Haarsteegse Wiel, zaten ze met rijen tegelijk op de stammen van de bomen. De mannetjes, die gewoon vleugels hebben, zitten normaal in rust met de kopjes naar boven en de vleugels hangen dan naar beneden. Zie je een mannetje met zijn kopje naar beneden, dus onderste boven zitten, dan is hij aan het copuleren, dan zit zijn ongevleugelde vrouwtje boven hem en hangt het mannetje er als het ware aan. Er waren er werkelijk honderden.

Zoals misschien bekend, komen we dit jaar uit op 28 soorten dagvlinders, op mijn monitoringroute bij onze Piet, bekend van de bosbessen en zijn heel aantrekkelijke natuurgebied. Compleet verrassend was het geelsprietdikkopje. Mijn vriend Henk, heeft hier een mooi overzicht van weten te maken. De foto’s van het klein koolwitje en de heivlinder zijn van Henk Dikkema, de overige 26 soorten, had ik zelf. Zal kijken of dit schilderij met de afbeeldingen van deze 28 soorten, op de locatie bij Piet kan blijven, daar hoort het immers thuis.
Ook de waarnemingen, dit jaar van de zilveren maan en de bandheidelibel zijn prachtige waarnemingen. Het leuke de volgende dag, had Joost ook een bandheidelibel gevonden.
Ook de rupsen van de kamillevlinder, waren dit jaar weer volop aanwezig, in diverse kleuren, er is bijna geen rups hetzelfde van deze soort. Zoals de naam doet vermoeden zit de rups op de kamille en soms de margriet.
Het jaar 2013 is toch een jaar geworden, met verrassingen. Hopelijk zet deze ontwikkeling door, zodat de afnemende trend omgezet kan worden in een, liefst stijgende lijn.

Paul Kreijger

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2017
Vogelgeluid