Home > Over ons > Dorpsnatuur algemeen


Dorpsnatuur algemeen


31-05-2020
Help deze acrobaat je tuin in
Eekhoorns rennen als een acrobaat door de bomen. Ze komen voor in bossen, maar ook in tuinen en parken in de buurt van bos. Om een eekhoorn in je tuin te krijgen moet er wel aansluiting zijn tussen bomen in de buurt en bomen in jouw tuin. Ze gebruiken bomen als voedselbron en als nestplaats.

Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Nesten zijn bolvormig, zo groot als een voetbal. De binnenkant is bekleed met mos, gras en gestripte bast. Zorg ervoor dat dit materiaal te vinden is in je tuin. Eekhoornnestkasten kunnen helpen bij de voortplanting. Hang zo’n kast op een hoogte van minimaal vier meter. De ingang niet naar het zuidwesten of westen, tegen inregenen. Maak een nestkast alleen schoon als je er zeker van bent dat de kast niet bewoond is.

Eekhoorns hebben graag hazelaar, walnoot, beuk, zomer- en wintereik, tamme kastanje, grove den en fijnspar. Afhankelijk van wat beschikbaar is, eten ze ook bessen, insecten, rupsen, zwammen, een vogelei of een jonge vogel.
Wil je bijvoeren, geef ze dan grove zaden en naturel noten (walnoten, hazelnoten of pijnboompitten). Daarnaast lusten ze ook stukjes fruit en groente (bijvoorbeeld komkommer of wortel); geef dit altijd vers en onbewerkt. Maak de voederplaats regelmatig goed schoon. Er zijn ook speciale voerautomaten en voersilo’s voor eekhoorns te koop. Zorg voor water (kommetje), op een veilige plek.

De natuurlijke vijanden van de eekhoorn zijn de marter, havik en vos. Ook komen er veel om door katten, en in het verkeer. Maar gebrek aan voedsel is de belangrijkste doodsoorzaak. Na een matige zomer en herfst sterven veel eekhoorns in de winter.

Nog meer informatie en tips kun je vinden op zoogdiervereniging.nl/eekhoorn, natuurpunt.be/eekhoorn en nl.wikipedia.org/Eekhoorn

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richten de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

Hoe help je deze scharrelaar?
Egels scharrelen graag in tuinen, parken en groenstroken. In tuinen vinden ze voedsel, maar slapen er ook overdag en ze overwinteren er. Egels kunnen in een nacht enkele kilometers afleggen; dus alle kans dat er regelmatig een in jouw tuin komt. Hieronder een aantal tips, hoe je de egel kunt helpen bij het bieden van voedsel, veiligheid en voortplanting.

Egels eten kevers, rupsen en slakken. In de bebouwde omgeving is er vaak gebrek aan voedsel; bijvoeren kan geen kwaad. Egels lusten kattenvoer, gehakt of speciaal egelvoer. Geen melk, want daar krijgen ze diarree van.

Zorg voor veiligheid in vijver en tuin. Egels zwemmen graag, maar ze willen ook weer uit het water kunnen. Leg daarom een schuin loopplankje in de vijver of zorg voor een lichte helling, zodat ze er weer uit kunnen kruipen. Egels zijn nieuwsgierig en steken hun neus overal in. Zo raken ze gemakkelijk verstrikt in draden en netten; laat deze daarom niet slingeren, en hang een niet boven de moestuin hoger dan 30 cm.

Egels kunnen nesten maken in composthopen; let er op als je er een leeghaalt! Is er geen rommelhoekje of andere beschutting om een nest te maken, plaats dan een egelhuis.

Een egel heeft vaak niet genoeg aan wat één tuin kan bieden. Zorg er daarom ook voor dat zoogdieren van de ene naar de andere tuin kunnen, en naar omliggende openbare groenstroken. Vervang de schutting door een heg; eventueel kun je een egelpoortje in je schutting maken. Nog meer informatie en tips kun je vinden op zoogdiervereniging.nl/egel, natuurpunt.be/help-de-egels-je-tuin en nl.wikipedia.org/Egel

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richten de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

18-05-2020
Tips voor een zoogdiervriendelijke tuin
De meeste tips over biodiversiteit in de tuin gaan over planten, insecten en vogels. Zoogdieren worden vaak vergeten, terwijl er ook zoogdieren zijn die voor hun voortbestaan sterk afhankelijk zijn van de mens. Denk aan eekhoorns, egels, steenmarters en vleermuizen. Dit keer concentreren we ons op de lopende zoogdieren. De vliegende vleermuizen komen later aan bod. Voor zoogdieren geldt hetzelfde als voor vogels: ze hebben behoefte aan de drie v’s: voedsel, veiligheid en voortplantingsgelegenheid.

Voedsel kan bestaan uit insecten. Die stimuleer je met bloeiende inheemse planten. In winter vinden ze eten onder afgestorven blad. Maak de tuin daarom niet ‘winterklaar’. Zorg ook voor drinken, in een schaal of vijver. Gebruik geen slakken-gif, insecticiden en ander bestrijdingsmiddelen. Door het gebruik van gif gaat het voedselaanbod voor zoogdieren achteruit. Verder is er het risico dat de zoogdieren het gif binnenkrijgen en daaraan dood gaan. Richt je tuin daarom zo in dat natuurlijke belagers worden aangetrokken door beplanting.

Veel zoogdieren hebben graag een rustige en beschutte plek, die niet al te ruim is. Daar kunnen ze een nest maken en zich verstoppen. Zulke plekjes geven hen een veilig gevoel en houden de warmte goed vast. Denk aan takkenhopen, houtstapels, steenhopen, composthopen. Ruim ook dode planten niet op in de herfst. Zoogdieren vinden daar een schuil- of slaapplek. Alles wat nodig is voor veiligheid en voortplanten.

Een zoogdier heeft vaak niet genoeg aan wat één tuin kan bieden, net als vogels. Zorg er daarom ook voor dat zoogdieren van de ene naar de andere tuin kunnen, en naar omliggende openbare groenstroken. Vervang daarom de schutting door een heg.

Meer tips voor afzonderlijke zoogdieren in je tuin kun je vinden op
zoogdiervereniging.nl
en op natuurpunt.be.

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richt de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

11-05-2020
De perfecte tuin voor putters (en andere vogels)
Wie houdt er niet van putters? Een prachtige vogel die afkomt op tuinen die vol staan met planten en bloemen waarin ze zaden kunnen vinden, zoals zonnebloemen en kaardebollen. Maar er zijn meer planten die ze graag hebben. Welke? Dat vind je op www.vogelbescherming.nl > Actueel > Tip. Op de site van Vogelbescherming vind je tips voor nog veel meer vogelsoorten. Maar ook algemene informatie over wat je zelf kunt doen.

Heb je liever gericht advies voor jouw eigen tuin? Dat kan ook. Vogelbescherming heeft Tuinvogelconsulenten. Leden betalen voor een persoonlijk advies 25 euro, voor niet-leden kost het 40 euro. Hiervoor krijg je advies op maat over hoe je jouw tuin of balkon vogelvriendelijk kunt inrichten. Op www.vogelbescherming.nl > In mijn tuin > Tuinadvies vind je meer informatie hierover.

04-05-2020
De gierzwaluw is er weer
Deze week een heerlijke fietstocht gehad lang het Drongelens Kanaal naar Den Bosch. Op een drietal plaatsen hoorden we dat de koekoek er weer is, was druk bezig om aan iedereen te laten horen ‘ik ben er weer’. Als gierzwaluw-liefhebber zocht ik de laatste dagen de hemel af of ze al terug waren. Op Koningsdag fietsten we langs de Voorste Venne en we zagen dat de eerste gierzwaluw ook hier weer was. Rustig rondjes vliegend kwam hij omlaag en bezocht zijn nestkast onder de goten van de Voorste Venne alsof hij nooit was weg geweest. Een paar dagen later was het vrouwtje er ook weer.

Bij gierzwaluwen is altijd de vraag of ze hun lange en inspannende reis van ruim 7.000 km over bergketens, woestijnen, oerwouden en zeeën hebben overleefd. Gedurende de negen maanden van het onafgebroken vliegen in de overwinteringsgebieden boven Afrika, waar hij ook nog even rondtrekt van oost naar west, keert hij in het voorjaar terug richting Europa.
    
Vorig jaar waren we in April in midden Spanje waar duizenden gierzwaluwen aan het opvetten waren om daarna door te vliegen naar het Noorden. In de heuvels rond Miraflores stonden de voorjaars bloemen prachtig in bloei en miljoenen insecten vlogen er rond. Voor de gierzwaluw was dit een geweldige, maar ook noodzakelijke tussenstop op zijn lange reis naar het Noorden.
    
Als de twee gierzwaluwen elkaar hebben herkend in de nestplaats, beginnen ze elkaar het hof te maken. Langdurend poetsen ze elkaar veren van kop, keel en borst. Na de begroetingsceremonie verblijft het koppel, dicht tegen elkaar gekropen, dagenlang slapend in hun nestplaats. Daarna, bij zonnig weer in mei, versieren de vogels met hun baltsvluchten de lucht boven Drunen. De broedparen zoeken elkaar op in de lucht, duiken om elkaar heen en voeren evenwijdig aan elkaar vliegend de meest ingewikkelde patronen uit met een duizelingwekkende snelheid.

Na het broedseizoen verlaten ze Drunen begin augustus, mannetje en vrouwtje afzonderlijk, op weg naar Afrika. Hun ontmoeting in Drunen in 2021 hebben beide al in de agenda staan.

De gierzwaluw is een vogel van de bebouwde omgeving. Op steeds meer plaatsen ontbreekt nestgelegenheid. Ziet u gierzwaluwen bij u in de buurt, maar is er geen nestgelegenheid? Meld het via info@natuurenmilieuheusden.nl. Dan gaan we samen op zoek naar een oplossing voor dit probleem.

28-04-2020
Biodiversiteit in Venne-Oost: hoe weten we waar wat zit?
De Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) gaat proberen de biodiversiteit in Venne-Oost te verbeteren. Dan wil je natuurlijk ook graag zien hoeveel effect een maatregel heeft. En daarvoor moeten we gegevens verzamelen. Dat wilden we doen middels bijeenkomsten, wandelingen, inventarisaties, etc. Helaas kunnen we dat door de Corona-crisis niet in georganiseerd verband doen. Maar je kunt natuurlijk zelf gaan kijken wat er zoal voorkomt. Om te beginnen door de biodiversiteit in je eigen tuin te inventariseren. Daarbij richten we ons op een aantal doelsoorten: huismus, gierzwaluw, merel, egel, eekhoorn, vleermuizen, boomblauwtje, citroenvlinder. Allemaal soorten die het moeilijk hebben.

Maar het is natuurlijk ook interessant om te weten wat er verder nog in jouw tuin zit. Op waarneming.nl hebben we de wijk Venne-Oost als gebied aangemaakt waarneming.nl/locations.
Na aanmelden waarneming.nl/accounts/signup, kun je via de tab ‘Waarnemingen’ jouw eigen waarnemingen invoeren.
We zouden het op prijs stellen als je eens per maand jouw waarnemingen doorgeeft.
Zie je iets speciaals, laat het dan ook weten via info@natuurenmilieuheusden.nl. Het zou helemaal mooi zijn als je er ook nog een foto van hebt gemaakt.

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richt de NMVH zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Om mee te beginnen richten we ons op de wijk Venne-Oost in Drunen. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk bewoners van Venne-Oost mee gaan doen. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl; en dat kan ook als je niet in Venne-Oost woont.


28-04-2020
Bouwwoede en biodiversiteit
Nederland telt zo’n 48.000 soorten planten en dieren. Hoeveel daarvan in de bebouwde omgeving weten we niet precies. Voor enkele vogelsoorten, zoals huismus en gierzwaluw, is bekend dat bebouwd gebied zelfs de belangrijkste habitat is. Ook voor de slechtvalk geldt dit. Er zijn ook soorten die veel voorkomen in stedelijk gebied, maar er niet volledig afhankelijk van zijn: bijvoorbeeld de ekster, groenling, huiszwaluw, kauw, merel, slechtvalk, spreeuw, Turkse tortel en zwarte roodstaart. In totaal is 6% van de vogels voor zijn voortbestaan (mede) afhankelijk van de bebouwde omgeving.

Ook een aantal planten, mossen en korstmossen vinden we vooral binnen de bebouwde kom. Vaak zijn het planten die verder naar het zuiden op rotsen groeien, klein glaskruid, muurfijnstraal en kruipklokje. Of verwilderde sierplanten als tongvaren en muurleeuwenbek. In stad en dorp handhaven ze zich op steen.
We vinden niet alleen mensen, vogels en planten in dorp en stad. Ook predatoren zien we er steeds meer: vos, das en steenmarter bijvoorbeeld.

Wetenschappers zijn tot de conclusie gekomen dat een kleine 10% van de soorten planten en dieren afhankelijk zijn van stad en dorp. Op 48.000 soorten in Nederland praten we dan wel over meer dan 4.000 soorten!
De bouwwoede in Nederland zou moeten leiden tot een florerende stadsflora en -fauna. Toch zijn in Nederland de stadsvogels harder achteruitgaan dan alle andere vogels. Sinds 1990 is er een teruggang met 60%; meer dan de helft is verdwenen! Die bouwwoede zorgt er namelijk ook voor dat steeds meer groen wordt opgeofferd aan stenen en asfalt.

Het is dus de moeite waard om je in te zetten voor flora en fauna rondom jouw huis!
En gezien de bouwplannen in Nederland zal die inzet alleen maar belangrijker worden.

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richt de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving.

Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk bewoners mee gaan doen.
Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl
Help de Huismus
De huismus (Passer domesticus) vergezelt de mens al 11.000 jaar; in Noord-Europa is hij al tenminste 3000 jaar aanwezig. Eeuwenlang zijn de omstandigheden voor deze soort alsmaar beter geworden, doordat mensen in toenemende mate zijn leefgebied verbeterden, maar ergens in de loop van de vorige eeuw is er een kentering opgetreden. De huismus was lange tijd de meest talrijke broedvogel in Nederland, maar die positie is overgenomen door de merel. Sinds de jaren 70 zijn de aantallen meer dan gehalveerd. Wat kunnen we eraan doen om het tij te keren?

De huismus is een cultuurvolger, met voorkeur voor een wat rommelige groene bebouwde omgeving. In de moderne strakke nieuwbouwwijken en in de centra van grotere steden ontbreken ze vaak. De oorzaak van de teruggang is vaak gebrek aan voedsel of nestgelegenheid, of een combinatie daarvan.

De meeste huismussen komen hun hele leven niet verder dan een paar honderd meter van hun geboorteplek. Vooral in de broedperiode blijven ze in de buurt van het nest. Een huismus heeft twee tot drie legsels per jaar, in de periode april-september. Leidt een legsel tot jongen, dan zijn de eerste twee weken veel insecten nodig, vooral bladluizen en hun larven. Deze worden gevonden bij stilstaand water van grachten, vijvers, sloten en verlaten emmers, in dood hout dat met rust gelaten wordt, rond mest, in composthopen, in takkenhagen en meer van dergelijke plaatsen. Soms zijn er planten die dergelijke insecten in het bijzonder aantrekken in de buurt, zoals rozen, klimop, hop en coniferen. Is dit niet binnen een straal van 50 meter rond het nest aanwezig, dan hebben de ouders het moeilijk en kan een aantal van de jongen verhongeren of blijven ze zwak na het uitvliegen.

In de periode oktober-februari eet de huismus vooral plantaardig voedsel, zoals zaden. In steden en dorpen is hij in de winter sterk afhankelijk van het voedsel dat de mens hem aanbiedt. Daarnaast wordt in de directe omgeving ook gegeten van zaden van grassen, onkruiden en andere beplanting, van jong groen, van bloemknoppen, van bladgroen, van fruit en van vruchten.

Verder hebben ze graag water- en stofbaden. Een waterschaal of vijvertje met aflopende oever en een zanderig plekje in de zon. Haal er desnoods gewoon een stoeptegel uit!

Als je al huismussen in de tuin hebt, is er blijkbaar nestgelegenheid. Een levensvatbare kolonie moet wel minimaal tien broedparen groot zijn. Probeer daarom, eventueel samen met buurtuinen, meer nestgelegenheid aan te bieden in de nabije omgeving. Dat kan in de vorm van nestkasten, huismussenpannen of vogelvides.

Huismussen hebben de meeste zwerf-neigingen in de periode eind maart/begin april, en in mindere mate ook tussen half september en eind oktober. De meeste jonge huismussen verspreiden zich na het broedseizoen in de directe omgeving. Als er binnen een straal van een kilometer van jouw tuin een kolonie aanwezig is, kun je voorzieningen treffen om ze naar je toe te lokken. Wat daar bij komt kijken kun je vinden op www.vogelbescherming.nl als je zoekt op ‘factsheets stadsvogels’ en op de bovenste link klikt, vind je alle informatie die nodig is om volgend jaar ook huismussen bij jou in de tuin te krijgen.


© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2020
Vogelgeluid