Home > Communicatie > Interviews R. Schalken


Interviews R. Schalken


24-07-2017
Interview met Jan Pijnenborg en Joost van Balkom
Ecologische verbindingszones dankzij de GOL
In 2007 werd gestart met plannen om de verkeersstromen langs de A59 in het traject tussen Den Bosch en Waalwijk op een betere en meer efficiënte manier af te wikkelen. Het plan werd de GOL (Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat) genoemd. Officieel heette het verbetering van de kwaliteit van de omgeving rond de A59, aanpak van de gevaarlijke op- en afritten, een betere doorstroming van het verkeer op de A59, behoud van de natuur, meer mogelijkheden voor recreatie en economische activiteiten en een betere leefbaarheid in de kernen. Om die doelen te bereiken werd een Stuurgroep ingesteld, waarin 20 belangengroepen vertegenwoordigd zijn.
De provincie Noord-Brabant coördineert de GOL en werkt daarin op bestuurlijk niveau samen met de gemeentes Heusden, Waalwijk en ‘s-Hertogenbosch en het Waterschap Aa en Maas. Namens de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden heeft Jan Pijnenborg zitting in een adviesgroep die de Stuurgroep adviseert. Hij legt uit dat het onmogelijk is om met alle (eigen-)belangen die er spelen rekening te houden. En voorzitter Joost van Balkom geeft het standpunt van de natuur- en milieuvereniging weer.

Nieuwe natuurgebieden
De Gol is inmiddels 10 jaar, vele vergaderingen van de Stuurgroep, verkeersmodellen, notities, rapportages, informatieavonden en deelprojecten verder.

Momenteel is men op bestuurlijk niveau druk bezig met de voorbereiding van diverse juridische procedures, zoals milieueffectrapportages en inpassingsplannen. Enkele deelprojecten, zoals het Ei van Drunen, de nieuwe brug over het Drongelens kanaal met ecologische verbindingszone en de klimaatbuffer in de Biessertpolder, zijn al gerealiseerd. Dat de plannen niet bij iedereen in goede aarde vallen, is gezien de diversiteit, complexheid en verschillen in belangen, niet verwonderlijk. Er zijn inmiddels keuzes gemaakt en er liggen nu duidelijke voorkeuren voor tracés op tafel.

Extra geld
Volgens zowel Joost van Balkom als Jan Pijnenborg worden de belangen van veel groene partijen in de Stuurgroep goed behartigd door partijen als: Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, waterschap Aa en Maas en Fietsersbond De Langstraat. Jan Pijnenborg: “Wij overleggen ook regelmatig met elkaar en ondersteunen elkaar heel vaak. Sommigen hebben goede contacten met het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Mede door geld van dit ministerie hebben we de klimaatbuffer aan de oostzijde van Vlijmen, in het kader van HOWABO (Hoog Water Den Bosch) kunnen realiseren. De natuurontwikkeling in de Biessertpolder hangt samen met de ‘nieuwe’ natuurontwikkeling in het Vlijmens Ven. In het kader van de GOL zijn er 2 grote ecologische verbindingszones van belang, een bij Vlijmen-oost die nog aangelegd moet worden en een bij de nieuwe brug over het Drongelens kanaal. De ecotunnel in Vlijmen-oost krijgt een natte passage door de aansluiting op de Bossche Sloot en een droog gedeelte waar wandelaars gebruik van kunnen maken.” Joost van Balkom over die andere belangrijke ecologische verbindingszone aan de westzijde in Drunen: “Die in de Baardwijkse Overlaat is helemaal belangrijk, omdat die een verbinding creëert van de Loonse en Drunense Duinen, dat is een droog ecosysteem met een nat ecosysteem, de Elshoutse Wielen, dat uiteindelijk in de Maas uitkomt. De natuurwaarden gaan op deze plaats heel sterk vooruit.”

Snelfietsroute
Naast die twee belangrijke ecologische verbindingen in de GOL, die van essentieel belang zijn voor de natuur- en milieuvereniging, omdat ze zorgen voor nieuwe natuur en nieuwe verbindingen van diverse natuurgebieden, komt Jan Pijnenborg met een andere belangrijke mededeling. “Het bestuur van de GOL heeft onlangs gekozen voor een snelfietsroute van Waalwijk naar Den Bosch. Dat houdt onder andere in dat die route aan bepaalde eisen moet voldoen met betrekking tot breedte van het fietspad, passages, ongelijkvloerse kruisingen etc. Men is nog bezig met het ontwerp, maar daar komt zeker extra geld voor van de provincie. Die fietsroute is een belangrijk punt vanuit natuur- en milieubelang.”

Alternatief?
Voor de ontsluiting van Drunen-West en Waalwijk-Oost wordt vanaf de aansluiting 40 een nieuwe verbindingsweg aangelegd naar de Overlaatweg, die Drunen-West en Waalwijk-Oost met elkaar verbindt. Deze verbindingsweg komt te liggen in het gebied tussen Drunen en Waalwijk, in de Baardwijkse Overlaat, ter hoogte van de Heidijk. Drie trouwe en zeer actieve leden, Noor en Herman Peters en Kees van der Meijden hebben hun lidmaatschap bij de natuur- en milieuvereniging opgezegd, omdat ze vinden dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar een alternatief. Zij vinden ook dat er een verkeersoplossing op Waalwijks grondgebied, aan de noordzijde van de A59 zou moeten komen. De nieuwe verbindingsweg tast volgens hen de waarden op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie in het gebied aan. En de openheid van het gebied zou verloren gaan. Evenals de Actiegroep Van GOL naar Beter opteren zij voor aanpak van de problemen bij de wortel, de A59 zelf (bron BD). Volgens de actiegroep zeggen experts dat alleen een verbreding van de A59 de oplossing biedt.

Afrondingsfase
“Verbreding van de A59 maakt geen enkele kans bij Rijkswaterstaat. Landelijk liggen de prioriteiten elders.
Daarom ook heeft men gezocht naar alternatieven hoe men de doorstroming van het verkeer op de A59 kan verbeteren”, zegt Jan Pijnenborg, die vooral tevreden is met de realisatie van de ecologische verbindingszones.

“Door aankoop en later sloop van de kassen van Van Hulten, zo’n 5 jaar geleden, is de openheid terug in het gebied van de Baardwijkse Overlaat. Dat is met het oog op de ecologische verbindingszone gebeurd. Stel dat de op- en afrit op zou schuiven naar Waalwijks grondgebied, dan gaat er een streep door de ecologische verbindingszone. We zitten in de afrondingsfase. Er is heel veel overleg geweest en de meeste stappen zijn gezet. Je kunt nu niet zeggen, we stappen eruit, daarvoor zijn er te veel investeringen gedaan. De brug over het Drongelens kanaal is 20 meter langer geworden om die verbindingszone mogelijk te maken. De provincie heeft daar 1 miljoen extra aan bijgedragen.”

Groene Buffer
Rondom de brug bij het Drongelens Kanaal komt extra infrastructuur als gevolg van de nieuwe verbindingsweg, maar dat gebied heeft volgens de beide heren nauwelijks natuurwaarde. Het krijgt juist natuurwaarde vanwege nieuwe inrichting. Joost van Balkom: “De A59 ligt zo hoog dat er geen doorzicht is. Er ligt een aspergeveld. Ik kan me niet vinden in de aantasting van de natuur. Zo’n 10 jaar geleden zijn we z’n allen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabantse Milieu Federatie, IVN en onze natuur- en milieuvereniging bij elkaar gaan zitten om een mening te vormen. Jan is vanuit ruimtelijke ordening doorgegaan en heeft ons standpunt steeds verkondigd en de reacties teruggekoppeld naar het bestuur. Je geeft vertrouwen en gaat ervan uit dat alle neuzen dezelfde kant op gaan naar een groene buffer in dit gebied.”


(Tekst RC Schalken, foto’s Marian de Bonth)

22-01-2017
Interview met Fons Mandigers
“JE KRIJGT ER OOK EEN SOORT OERGEVOEL BIJ”
Loop, als je de kans krijgt, met Fons Mandigers van Natuurmonumenten door het Vlijmens Ven en je krijgt een schat aan informatie en wetenswaardigheden te horen en zien over de 215 hectare nieuwe natuur die er is aangelegd, waaronder een aantal percelen voedselarm, bijzonder blauwgrasland, dat in kwelwatergebieden gedijt.
In 2013 werd met succes bij het LIFE+ co-financieringsprogramma van de Europese Commissie en met financiële steun van de provincie Noord-Brabant een aanvraag ingediend voor herstel van vochtig schraalgrasland. Nu de klus geklaard is, kan de natuur zich verder ontwikkelen en krijgt het Pimpernelblauwtje de kans om na zijn herintroductie zich in een veel uitgebreider leefgebied voort te planten.

We hebben afgesproken op de Ruidigersdreef in Vlijmen, op de plek waar het
voormalig informatiecentrum van ‘Blues in the Marshes’ stond, vlakbij de Bossche
Sloot. Het is op de grens van Vught en Vlijmen, in het gebied De Ham van
Staatsbosbeheer (Vughtse Gement) en het Vlijmens Ven van Natuurmonumenten.
Hier werkte en werkt nog Natuurmonumenten samen met het Waterschap Aa en
Maas, De Vlinderstichting, Staatsbosbeheer en de gemeente Heusden aan 'Blues in
the Marshes'. De Europese Commissie subsidieerde het project met € 1,7 miljoen en
de provincie Noord-Brabant met € 1,5 miljoen. Natuurmonumenten, gemeente
Heusden en De Vlinderstichting droegen financieel ook bij aan het project, dat circa €
3,5 miljoen kost. “Zonder een bijdrage uit Europa is een dergelijk groot project niet te
realiseren”, zegt Fons Mandigers.

Legakkers en blauwgrasland
Hij laat een oude overzichtskaart van het gebied zien. “Heel bijzonder, ieder perceel
had vroeger een naam. De structuur van al die legakkers (strook grond in
veengebied, RS) is op deze kaart nog aanwezig”. Percelen hebben op deze oude
kaart namen als: De Zangers, De Hoge Morgens, De Halve Manen, Leeuwen Kamp,
De Kinderen Ham, Wolfsbosch, Vier Morgen, De Lange Putten, H. Geest Kamp en
Koks Kamp. Het is een gebied waar volgens Mandigers in het verleden wel honderd
mensen werkten om er de kost te verdienen, een gebied ook dat vol lag met kleine
slootjes. “Een zeiknat gebied, dat als het je lukte om de waterstand met bijvoorbeeld
20 cm te verlagen, geschikt was er ‘s zomers te boeren. Dat werd gedaan door
middel van een waterafvoersysteem, door grond op te hogen tussen twee waterlopen
(rabatten). Zo heeft dat vroeger gefunctioneerd. Mest was er niet, hooi was van groot
belang en alles wat men kon gebruiken, werd gebruikt. Zo is het blauwgrasland
ontstaan, een type grasland met nogal wat plantensoorten met een blauwgroene
kleur, zoals blauwe zegge, blauwe knoop, Spaanse ruiter en zeegroene muur.”


Waterberging
Het is een sombere herfstdag. Op de groene weilanden in De Ham wordt niet meer geboerd. Het gebied is afgezet met prikkeldraad, een leefgebied voor weide- en watervogels geworden. Het is er een drukte van belang. Roerloos blijft de zilverreiger zitten, ook wanneer een grote groep ganzen opgeschrikt wordt en met veel lawaai overvliegt om elders weer neer te strijken. De groep overnacht volgens Mandigers bij de IJzeren Man in Vught. “In De Ham wordt niet meer gemest en de grond zal in de loop van de tijd wel verarmen, maar voordat het een blauwschraalgrasland is geworden, ben je 150 jaar verder. Een gedeelte van De Ham, Vughtse Gement het Vlijmens Ven is ingericht voor waterberging (HoWaBo). Door allerlei ingrepen in het
Maasgebied is de hoogwaterpiek van de Maas verschoven, sneller bij Den Bosch
komen te liggen.”

Er is nu een prachtig nieuw natuurgebied aangelegd. Stel dat het overstroomt, is het
dan einde verhaal met de nieuwe natuur? Fons: “Het natuurlijk regiem van een
blauwgrasland is dat het ’s zomers droog is en ’s winters zeiknat. Omdat het
kwelgebieden zijn, kunnen ze tegen overstromingen. Daarnaast zal het statistisch
gezien maar eens in de 100 jaar ingezet hoeven te worden voor waterberging.”

Landbouw en natuur gescheiden
We lopen naar de Bossche Sloot, op de grens met het Vlijmens Ven, waar de voedselrijke bovenlaag van de voormalige landbouwgrond 40 á 50 cm is afgegraven om ontwikkeling van schraalgrasland mogelijk te maken. Blauwgrasland is volgens Fons laag productief. Vroeger haalde men 2 ton hooi per hectare van een grasland, tegenwoordig is dat 25 ton per hectare. Boeren op blauwgrasland was echt een armeluibestaan. “Van blauwgrasland hebben we in Nederland 100.000 hectare gehad en dat is teruggelopen tot 100 hectare. Het is best een hele forse opgave om een substantieel blauwgraslandgebied te ontwikkelen, omdat het ook nauw samenhangt
met de bodemstructuur, met kwelwatergebieden. Toen de kunstmest kwam, was het rap gedaan met de schraalgraslanden. Ook het toenmalige waterhuishoudingssysteem hield dat voedselarme systeem in stand. Nu is het gebied zo ingericht dat landbouw en natuur ieder een eigen watersysteem hebben. Het kwelwater kan vastgehouden worden, een pomp kan overtollig water onder de Bossche Sloot pompen naar ander gebied en met afsluitingskleppen kan het gebied afgesloten worden als het voor waterberging ingezet moet worden.“

Sporensloten en kranswieren
Op de afgegraven grond in het Vlijmens Ven is eenmalig kalk gestrooid, om
nutriënten (voedingsstoffen voor planten, RS) af te vangen en vervolgens is er
maaisel van blauwgrasland uit de Moerputten op gestrooid. In dat maaisel zitten
namelijk belangrijke zaden voor de ontwikkeling van de flora, die zo kenmerkend is
voor blauwgrasland. Beheerder Fons Mandigers van Natuurmonumenten is
enthousiast over het resultaat en wijst ons op de geelgroene zegge die op de Rode
Lijst voorkomt en de holpijp. “De holpijp is dè indicator bij uitstek voor een
kwelwatergebied. De ontwikkeling van de vegetatie heeft onze verwachtingen
overtroffen. Ik zie nu al alle kernsoorten van blauwgrasland. Voor konijnen is dit
gebied te nat, het is de biotoop van de haas en de hazenstand zit weer duidelijk in de
lift. Kenmerkend voor kwelgebieden is ook een olielaagje op het water. In grondwater
zit geen zuurstof, er zitten bacteriën in en als die in aanraking komen met zuurstof
dan sterven deze en ontstaat een eiwitlaagje op het water met zo’n olieachtige kleur.
Het Vlijmens Ven staat nationaal bekend om zijn rijkdom aan kranswiersoorten. Het is
het 2e
soorten rijkste kranswiergebied van Nederland. Over 4 á 5 jaar ziet het
grasland er heel anders uit met rietzomen, met bloeiende pinksterbloemen, de grote
ratelaar en koekoeksbloem. Wat blijft is de openheid van de polder, die in de winter
zeiknat is. Dit soort gebieden worden heel hoog gewaardeerd door het publiek, je
krijgt er ook een soort oergevoel bij.”

(Tekst RC Schalken, foto’s Ad van Kessel)




14-08-2016
Nieuw Groenstructuurplan in de maak .
Twee wethouders: Kees van Bokhoven en Mart van der Poel en een beleidsambtenaar vertellen over monumentale bomen, het nieuwe groenstructuurplan en de noodzakelijkheid om iets te doen aan de wateroverlast als gevolg van de klimaatsverandering.
In eerste instantie zou het louter een artikel worden over het behoud van en beleid met betrekking tot monumentale bomen in de gemeente Heusden, maar dat is het maar gedeeltelijk geworden. De reden is dat de in het verleden gedane poging voor een inventarisatie van monumentale bomen is stopgezet, naar aanleiding van aanpassing van de kapvergunning. Momenteel is men op het gemeentehuis bezig met de aanzet tot een nieuw gemeentelijk groenstructuurplan, waarin ook aandacht besteed gaat worden aan behoud van monumentale bomen. Wethouder Mart van der Poel, verantwoordelijk voor het beleid spreekt over het maken van een kwaliteitsslag. “Er gaat veel beter gekeken worden naar de groenstructuur in het geheel, naar wat je het beste op welke plaats kunt realiseren. Het biedt veel meer kansen voor een aantrekkelijke leefomgeving.”

Monumentale bomen
Wethouder Kees van Bokhoven, verantwoordelijk voor onderhoud en beheer: “Een jaar of 4 á 6 geleden zijn we bezig geweest met een dik boekwerk over monumentale bomen. Daar zijn we mee gestopt. Je hebt bomen die eigendom van de gemeente zijn en bomen in particulier bezit. De ene particulier vraagt wel een kapvergunning aan en de andere niet.” Handhaving van het beleid bleek een moeilijk punt te zijn. “Wat moet je doen als iemand een grote tak afzaagt?” Er zijn volgens Van Bokhoven bomenliefhebbers met een grote tuin die echt geen grote boom zullen omzagen en er zijn mensen die snel overlast van bomen ondervinden. Mensen die zelf geen boom in hun voortuin willen, maar bezwaar maken als de grote boom bij de buren wordt omgezaagd. Het is een lastig onderwerp. Hij geeft het voorbeeld van de gerenoveerde Deken van Baarstraat in Vlijmen, waar de moeraseiken onderwerp van discussie waren. In verband met aanleg van nieuwe riolering en herstel van het straatwerk, moesten de circa 50 jaar oude bomen gerooid worden. Verdeeldheid in de straat tussen voor- en tegenstanders van de bomenkap. “Moeraseiken blijven maar doorgroeien. Die zijn niet geschikt voor zo’n straat.” Het was volgens de wethouder niet eenvoudig om de bewoners op één lijn te krijgen. De oplossing zocht en zoekt de gemeente tegenwoordig steeds vaker door de bewoners zoveel mogelijk bij het proces te betrekken en zelf bijvoorbeeld de ‘nieuwe’ bomen mee uit te laten zoeken. Uiteindelijk komt het wel goed. Van Bokhoven: “Nu is iedereen tevreden. Het is allemaal veel lichter geworden in de straat en ze kunnen de kerk van Nieuwkuijk weer zien.”

Afvinklijstje
Volgens William Peters, verantwoordelijk beleidsambtenaar bij de gemeente Heusden voor water, groen en riolering, is in het verleden een kaart gemaakt waarop het belangrijkste groen was ingetekend, met bijvoorbeeld de rode beuk in het centrum van Drunen en de rij rode beuken in de Prins Bernhardlaan in Vlijmen. “We zijn destijds gestopt. We hadden een aantal criteria opgesteld en kwamen op enorme getallen waardevolle bomen uit. Wat ga je daar vervolgens mee doen?” Het toenmalige college nam de beslissing om te stoppen met de inventarisatie, onder andere vanwege de kapvergunning die werd aangepast en versoepeld. Op de gemeentelijke website staat nu een ‘afvinklijstje’ met criteria die aangeven wanneer je wel of geen kapvergunning moet aanvragen. “Ik heb de indruk dat het bij particuliere woningen goed werkt”, zegt Mart van der Poel. Van Bokhoven: “Als ze eenmaal omliggen, komt niemand meer ze rechtzetten. Wanneer we er 2 omzagen, planten we er ook weer 2 terug. Er zijn bomen die zoveel overlast veroorzaken, dat je op een gegeven moment ook moet kunnen zeggen dat het echt niet meer kan.” In het nieuwe gemeentelijk groenstructuurplan zal het behoud en beleid met betrekking tot (monumentale) bomen in samenspraak met de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden en de Agrarische Natuurvereniging opnieuw aandacht krijgen. Een van de speerpunten in het nieuwe beleid is dat bomen niet persé getalsmatig gecompenseerd moeten worden, maar dat de ruimtelijke kwaliteit centraal staat. Het aantal bomen is een middel om dat te bereiken.

Wateroverlast
Het interview vindt plaats op het moment dat zware onweers- en hagelbuien NoordBrabant teisteren en voor enorme wateroverlast zorgen. Door de verstedelijking en het groen dat verandert in harde oppervlakte komt er steeds meer regenwater in het riool dat bij hevige buien al overbelast is. In nieuwe woonwijken is het geregeld dat het hemelwater niet meer in het riool terechtkomt, maar in de grond. Ook in bestaande woonwijken wordt gepleit voor loskoppeling van het hemelwater op het rioleringssysteem en afvoer via tuinen, waterbekkens of Wadi’s. Mart van der Poel ziet juist in het verweven van groen en blauw nieuwe uitdagingen en kansen. Bijvoorbeeld in het aanleggen van wadi’s. “Het zal allemaal iets natter worden”. William Peters: “Er ontstaan daarmee ook kansen op meer biodiversiteit.”

Nieuw watersysteem
In Vlijmen-noord heeft de afgelopen winter en voorjaar een rigoureuze bomen- en houtopstandkap plaatsgevonden. Noodzakelijk vanwege de aanleg van een ander watersysteem. Er is veel commentaar op de kap van die bomen geweest, maar volgens Van Bokhoven is daarover voldoende gecommuniceerd met de burgers in het gebied, zijn er circa 1000 huishoudens aangeschreven en zijn er informatieavonden geweest.
Er komen bomen terug; niet helemaal op dezelfde plaats en wat minder dan dat er gekapt zijn. Maar de bomen die terugkomen krijgen een veel betere standplaats en kunnen veel mooier tot volle wasdom komen. Twee jaar geleden startte de gemeente samen met het waterschap Aa en Maas met dit project om de wateroverlast aan te pakken. Door klimaatveranderingen zal het vaker en harder gaan regenen. Dat water kan nu niet weg. Noodzakelijk ook volgens het waterschap, omdat het gebied in het verleden een landbouwgebied was en de huidige inrichting van sloten en plassen nog uit die tijd stamt.

Vernieuwende aanpak
“We gaan het hele watersysteem in de wijk aanpassen. Voor de bouwvakvakantie wordt het maaiwerk gedaan, het rooien van de stobben en aansluitend het grondwerk, plaatsen van beschoeiingen en aanbrengen van keerwanden. Na de bouwvak gaan we met de duikers en grote betonputten aan de slag. We werken samen met het waterschap. Het is een redelijk vernieuwende aanpak, zo robuust en met veel biodiversiteit. Het gaat om een redelijk groot gebied en deze aanpak biedt meer kansen voor het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving “ aldus William Peters. Het wordt een watersysteem, niet alleen voor Vlijmen-noord, maar ook voor de nieuwe woonwijken Geerpark en De Grassen. Meer informatie over dit grote project, kunt u vinden op de website van het waterschap, onder projecten, gemeenten, wateroverlast Vlijmen Noord. “We hebben de bedrijven en burgers heel hard nodig om samen droge voeten te houden”.


06-03-2016
Omgaan met afval
“Hoe verantwoord gaan we met ons afval om?”
Trees Oudshoorn is lid van de werkgroep Communicatie en Educatie van energiecoöperatie Energiek Heusden en heeft in die hoedanigheid een aantal projecten ontwikkeld. Een gesprek met haar over haar initiatieven op het gebied van educatie, de noodzaak ervan en haar motivatie.

Zo heeft Trees samen met Walter Tuerlings een project gemaakt voor kinderen, met het doel ze bewust te maken van het feit dat we energie kunnen besparen door bewuster met afval om te gaan. “Niet meteen alles maar nieuw aanschaffen, maar kijken of producten opnieuw of anders zijn te gebruiken. Het project heet: Waste? No way!” Als ware ambassadeurs hebben ze dit project bij Jong Nederland en de Scouting Dr. Akkermansgroep in Drunen ingediend en begeleid. De werkstukken die de jeugd in het kader van dit project gemaakt heeft, worden op 28 februari op de Dromen.Doen.Heusdendag (DDH-dag) in de Voorste Venne ten toon gesteld. “Het project ‘Waste? No way!’ kan zo uitgezet worden op de basisscholen.”

Trots zijn op..... Daarnaast heeft Trees Oudshoorn de coördinatie voor het aandeel dat Energiek Heusden aan de DDH-dag levert, op zich genomen. Ze heeft diverse instanties en personen die al heel bewust omgaan met alles wat ‘afval’ genoemd wordt, geënthousiasmeerd om zich ook op deze dag, die als thema heeft: ‘We zijn trots op...’, te presenteren. “Ik vind dat wij trots kunnen zijn op al die mensen die er voor kiezen om niet meteen alles maar nieuw aan te schaffen. Immers nieuwe dingen vragen om nieuwe grondstoffen en een nieuwe productie. Beide zijn belastend voor ons milieu. Gezamenlijk hopen we de mensen in de gemeente op allerlei ideeën rond deze problematiek te brengen; op een discussie rond de vraag: Hoe verantwoord gaan wij met ons afval om?”

Educatie
En Trees heeft namens Energiek Heusden een opdracht over energie/duurzaamheid bij het Technasium van het d’Oultremontcollege in Drunen ingediend, dat eind februari afgerond moet zijn. “Havo-4 leerlingen van het Technasium moeten een leerpad, bestaande uit 8 opdrachten, maken over dit onderwerp, dat geschikt is voor groep 5-6 van de basisschool en dat deze leerlingen zelfstandig kunnen uitvoeren.” Het verraadt haar achtergrond, namelijk het onderwijs. Circa 1 jaar geleden stopte ze na 44 jaar lesgeven bij Scala (overkoepeld bestuursorgaan van de Heusdense basisscholen, R.S.). “De laatste jaren bij Scala mocht ik op alle scholen het vak techniek promoten. Natuur en techniek zitten heel dicht bij elkaar. Als je iets aan de natuur wilt doen, dan zul je de techniek daarop moeten aanpassen.”

Naadje van de kous
Aan deze ex-juf de vraag waar haar interesse voor een beter omgaan met ons milieu vandaan komt? “Ik ben opgevoed door een vader die zich over alles verwonderde en alles bewonderde. Niet alleen de natuur, maar ook zaken van technische aard. Hij vroeg zich af hoe de dingen in elkaar zaten. Dan zei hij bijvoorbeeld: ‘Hoe krijgen ze het voor elkaar om een brug te bouwen over zo’n groot water’? Hij zou het opzoeken, maar dat gebeurde niet. Hoe de dingen dan echt in elkaar zaten, werd niet uitgeplozen. Toen trouwde ik met Wim. En Wim is wis- en natuurkundeleraar. Die wil graag overal het naadje van de kous weten en weet gewoon ook van een heleboel dingen hoe het in elkaar zit.” Toen ze bij Scala de mogelijkheid kreeg om zich bezig te houden met onderwijs binnen de poot Techniek en Milieu, heeft ze die met beide handen aangegrepen. “Dan ga je de verbanden zien en bewuster over de dingen nadenken. Maar er zijn meer dingen die met mijn interesse voor een beter milieu en een betere leefwereld te maken hebben.”

Cradle tot cradle
Trees noemt onder andere de invloed van de reizen die ze samen met haar Wim gemaakt heeft. “Enkele jaren geleden waren we in Nepal. Die mensen daar hebben helemaal niets, maar lachen de hele dag. En dan denk ik: -wat hebben we toch veel spullen-. En wat is de waarde daarvan en de zin? Als je pas je eigen geld gaat verdienen, dan is het kicken om spullen te verzamelen. Dan denk je daar niet bij na.” Maar er zijn volgens haar meer redenen. “Het is heel de maatschappij; het materialisme. Stel dat ik niet zoveel spullen meer koop, dan houd je geld over. Maar wat doe je dan met dat geld zonder het milieu te belasten; dat het ten koste gaat van het milieu? Er zijn ontwikkelingen gaande waarbij gestimuleerd wordt dat je niet meer koopt, maar dingen huurt of deelt. Dat scheelt al veel in afval. Als je dan toch nog iets koopt, doe het dan zo duurzaam mogelijk, dat het recyclebaar is: cradle to cradle. Ik vind het heel interessant om me hier mee bezig te houden, om er over na te denken. Maar het is allemaal niet zo simpel.”



24-10-2015
“Qua collectie en leeftijdsopbouw uniek in Brabant”
“Ze zijn aan het kappen gegaan in een uniek gebied”, zegt Fons van Dijk. Met ‘ze’ bedoelt hij degenen die in opdracht van de gemeente enkele maanden geleden achterstallig onderhoud gepleegd hebben in het landgoed d’Oultremont, zodat het bosgebied weer opengesteld kon worden voor publiek. Bij het kappen zijn enkele monumentale, eeuwenoude bomen met cultuurhistorische waarde gesneuveld. Reden voor een groep van vijf mannen om de noodklok te luiden en de gemeente dringend te verzoeken om een beheersplan voor dit prachtige bosgebied op te stellen.



Fons van Dijk (Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden ) is lid van de groep mannen die in de bres springt voor dit unieke natuurgebied. Naast Fons maken André Jansen en Bert van Opzeeland van de heemkundekring, Ton Brok (NMVH) en Henk Roestenburg er deel van uit. “Henk heeft zijn hele leven op het landgoed gewoond, is geboren in het kasteel. Zijn grootvader en vader waren beheerder van het gebied.” Van Dijk zegt namens deze groep te spreken en wil daarom niet alleen op de foto. ( Dus staan er geen personen op de foto! Red.)
“Afgelopen vrijdag (11 september, RS) was hier Carlo Braat, coördinator Kleine Landschapselementen van Het Brabants Landschap. En die zei dat het qua collectie en leeftijdsopbouw om een uniek gebied in Brabant gaat. Kijk hier die lindeboom. Die is tussen de 150 en 200 jaar oud. En die beuk daar, zo’n 200 jaar oud, heeft gewoon honger. Als je nog 5 jaar wacht met er iets aan te doen, dan hoeft het niet meer.” Met een geul rondom de beuk graven en opvullen met vruchtbare grond is de beuk volgens Fons van Dijk waarschijnlijk nog te redden. Marc Taminiau (voormalig eigenaar Het Land van Ooit, RS) was volgens hem: “Ontzettend zuinig op zijn bomen. In zijn tijd heeft Storix Bomenbeheer een beheersplan voor het gebied gemaakt.”

Archeologisch onderzoek
Volgens Van Dijk is de cultuurhistorische waarde van het gebied zeer groot. “We staan hier in de tuin van het roze kasteel. Daar achter die beuk (met hongerklop, RS) heeft het kasteel gestaan. Op dit terrein was het Franse leger gelegerd en omdat de soldaten geen soldij kregen, zijn ze het kasteel gaan plunderen. De fundamenten liggen er nog.
Je kunt er vanwege de oude bomen bijna geen archeologisch onderzoek doen.” Het roze kasteel is volgens hem eigenlijk geen kasteel, maar het oude koetshuis, met een latere aanbouw.

Zware bescherming
“Kijk, dit was ie, de vleermuizenboom”, zegt hij wijzend op een stapel doorgezaagde boomstammen van flink formaat van wat tot enkele maanden geleden nog een zomereik was.
Zes soorten vleermuizen huizen er in het gebied: “Rosse Vleermuis, Gewone Dwergvleermuis, Laatvlieger, Ruige Dwergvleermuis, Watervleermuis en Gewone Grootoorvleermuis. “Volgens de flora- en faunawet vallen ze allemaal onder beschermingszone III, de meest zware bescherming. Dit is ideaal jachtgebied voor vleermuizen.”

Ideeën
Wat moet er gebeuren? “Er moet een beheersplan komen. In het gebied staan ook veel bomen die tot aan de top zijn vol gegroeid met klimop. Onderaan de stam is niet zo erg, maar als de klimop in de kruinen komt, dan verstikt het het blad van de bomen. Het bosgebied moet behouden blijven en dat zal geld kosten. Dat moet je overhebben voor een gebied dat zo mooi en historisch verweven is met de omgeving. We zijn ook aan het bekijken of we een avond kunnen organiseren voor sympathisanten en willen een soort vrijwilligersgroep opstarten, die een gedeelte van het beheer op zich wil nemen.

Archeologisch onderzoek
Volgens Van Dijk is de cultuurhistorische waarde van het gebied zeer groot. “We staan hier in de tuin van het roze kasteel. Daar achter die beuk (met hongerklop, RS) heeft het kasteel gestaan. Op dit terrein was het Franse leger gelegerd en omdat de soldaten geen soldij kregen, zijn ze het kasteel gaan plunderen. De fundamenten liggen er nog.
Het is belangrijk dat deze plannen gedragen worden door mensen uit de omgeving. Daarnaast willen we de politieke partijen benaderen. Op provinciaal niveau hebben we al een aantal mensen gesproken. Iedereen is voor behoud van het gebied, maar er is geen geld. Tegenwoordig moet alles geld opleveren, maar als je zo’n uniek park hier hebt liggen, dan mag dat best wat geld kosten!”


Tekst RC Schalken, foto’s Ad van Kessel


07-04-2015
Interview met uilenbeschermers Harrie Smits en Roy van Delft
komen beiden uit ‘vogelfamilies’, Harrie Smits (81) en Roy van Delft (37), en daar ligt waarschijnlijk de oorsprong van hun liefde voor het beschermen van uilen. Hun werk bestaat uit het plaatsen en onderhouden van uilennestkasten en het registeren van het aantal broedgevallen. Opmerkelijk is dat sinds vorig jaar Roy senior Harrie helpt met het plaatsen van uilenkasten en alles wat daarbij komt kijken.
Harrie Smits was in zijn werkzame leven orthopedisch schoenmaker en Roy verdient zijn brood als systeembeheerder. Twee totaal verschillende beroepen, maar het is de natuur en de liefde voor wilde vogels die hen bindt. In een tijd waarin de regels minder streng waren, broedde de opa van Roy met broedmachine of kip fazanteneieren uit en ving Harrie sijzen en putters die bij verkoop extra zakcentjes opleverden. Alles wat er aan zangvogeltjes langs kwam, probeerde Harrie te vangen. “Het lukte niet altijd, wel met de verbalen”, zegt hij lachend. “De natuur is altijd mijn liefhebberij geweest en dan kom je vanzelf op een bepaald onderwerp uit. Eerst waren het de wilde vogels, later de uilen.“ Roy begon een aantal jaren geleden met natuurfotografie en daaruit volgde zijn liefde voor de natuur. “Naar aanleiding van een oproep door het Brabants Landschap voor uilenbeschermers heb ik geïnformeerd en toen bleek dat in het gebied van de Langstraat, Harrie versterking zocht.” En het klikte meteen. “Ik ken fotografen, maar heb al gauw gezien of ze vogelaars zijn of niet. Ik ben hartstikke blij met Roy”, zegt Harrie, die door ziekte van zijn vrouw momenteel beperkt is in zijn mogelijkheden. De bescherming van uilen wil hij graag samen met Roy blijven doen: “Zolang ik het leven heb”.

Soorten
Er zijn niet alleen verschillende soorten uilen, maar ook verschillende instanties waar Harrie en Roy mee te maken hebben. Voor het Brabants Landschap plaatsen ze nestkasten en houden gegevens bij van de steen- en kerkuil. Voor Natuurmonumenten houden ze zich bezig met bescherming van de bosuil en hebben daarvoor, om zich buiten de wandelpaden in het bosgebied te mogen begeven, een speciale vergunning nodig.
En dan hebben we nog de ransuil die nestelt in oude kraaiennesten en ’s winters vaak in groepjes in bomen overnacht. Die valt onder geen enkele instantie. Als mensen ransuilen waarnemen, dan vragen ze Harrie en in de toekomst natuurlijk ook Roy om advies.
De ‘terror-oehoe’ uit Purmerend stond de afgelopen maand, totdat hij gevangen werd, volop in de belangstelling. Het is volgens beide uilenkenners geen wilde, maar een gekweekte roofvogel. Vandaar ook dat hij mensen lastig valt. “De oehoe zit hier niet. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Die zit op richels in steengroeven, in Limburg. Dat is een echte rots-broeder.”

Van holte- naar kastbroeders
Harrie schat dat hij zo’n 20 jaar geleden voor de natuur- en milieuvereniging is begonnen met het plaatsen van nestkasten in de gemeente Heusden. Op de vraag hoe je bepaalt waar nestkasten komen te hangen, zeggen beide uilenbeschermers: “Dat is kennis van de boerderijen hebben en afgaan op de boeren zelf, die exact weten wat er op het erf zit. Uilen zijn muizenvangers, een natuurlijk bestrijdingsmiddel. Eén volwassen kerkuil vangt ongeveer 1000 muizen per jaar. Hoe meer voedsel er is, des te meer jongen worden er geboren. Het mannetje brengt het voer naar het vrouwtje en dat is bepalend voor het aantal eieren dat gelegd wordt. Vroeger broedden uilen vaak in holtes van bomen of in oude vervallen schuurtjes. Doordat veel oude bomen gekapt en vervallen schuurtjes gesloopt zijn, hebben uilen geen nestgelegenheid meer.

Daarom worden nu nestkasten opgehangen om de uilen toch een broedplaats te geven.”
Harrie timmerde in het verleden naast heel veel vogelkooitjes ook zelf de uilenkasten, maar dat is tegenwoordig niet meer nodig. De kasten voor bescherming van de steenuil en kerkuil krijgen ze van het Brabants Landschap. Bij de uilenbescherming in Brabant zijn 72 zelfstandige uilenwerkgroepen betrokken, waaronder dus die van Harrie en Roy, oftewel Langstraat-Oost.

Bewogen uilenjaar
Een van de huidige problemen bij het beschermen van uilen is de oprukkende bebouwing, waardoor er voor de uilen steeds minder voedselrijke gebieden zijn. Het feit dat uilen roofvogels zijn die over de grond jagen, in tegenstelling tot roofvogels die vanuit de lucht op hun prooi duiken, betekent dat ze vaker in het verkeer sneuvelen.
Volgens het Brabants Landschap was 2013 ‘een bewogen uilenjaar’, met voor de steenuil een kleine toename van het aantal broedsels. Bij de kerkuilen was nog sprake van een dip, maar bestond de hoop op herstel. Als de ruim 250 vrijwilligers er niet geweest waren, zou het er heel anders voorstaan met de uilen in Noord-Brabant. Vroeger hing volgens Harrie de natuur- en milieuvereniging in iedere kerk een uilenkast, maar zowel de kerkgangers als de kerkuilenpopulaties lijken uit te sterven.
De kerkuil, steenuil en bosuil maken volgens Harrie en Roy soms gebruik van holtes, maar tegenwoordig meestal van kasten. Zij plaatsen er ongeveer 40 voor kerkuilen, 75 voor steenuilen en 20 voor bosuilen. De kerkuil krijgt een kast van 80 x 50, de steenuil van 80 x 20 x 20 en de bosuil van 45 x 50. De steenuil heeft vooral een brede kast met schotjes waar hij zich doorheen moet wringen, bedoeld om indringers te weren. Circa 30% van de kasten die ze plaatsen, wordt bewoond.

Logboek
Uilenkasten schoonmaken doen ze in de controleperiode, de tijd waarin de uilen jongen hebben. “Soms hebben ze vier á vijf jongen die met hun kop tot het plafond zitten, in een vervuilde kast. Dan halen we ze er effe uit. Bij steenuilen, die jongen voeden met regenwormen, zit veel nattigheid in de kast. Dat stinkt ontzettend. Bij de kerkuil die zijn jongen met muizen voedt, is dat niet het geval. Die muizen drogen in.” Aan de braakballen van de uilen kunnen ze zien waarmee de jongen gevoed worden. Alles van de steen- en kerkuilen wordt genoteerd en aan het einde van het seizoen wordt het logboek bij Brabants Landschap/Sovon ingeleverd.

Aparte gevallen
Het is half maart als het interview plaatsvindt. Het seizoen voor Harrie en Roy is net op gang gekomen en loopt tot september. “Omdat het vorig jaar een zachte winter was met veel voedselaanbod heeft de kerkuil 2 keer gebroed.”
Uilen zorgen altijd voor verrassingen en dat maakt het werk volgens hen ook zo boeiend. Met een bezettingsgraad van de kasten van 30% en 2 á 3 jongen zijn ze al heel blij, maar uitzonderingen bevestigen de regel. Het afgelopen jaar had een jonge bosuil slechts 1 jongen, maar een kast vol voedsel.

Opvallend ook dat een kerkuil 6 jonge kerkuiltjes kreeg.
De eerste jonge bosuil is volgens deze twee enthousiaste natuurbeschermers begin maart geboren. Het betekent ook dat ze binnenkort bijna alle kasten langs gaan voor controle. Een bosuil die overal kan zitten, is moeilijker te controleren. Enige zekerheid volgens beide heren is: “Waar een bosuil zit, zit geen ransuil. De bosuil is de baas.”
Nou is die ransuil een apart geval. Naast dat hij oude nesten van kraaien gebruikt, zoekt hij in de winter volgens Roy beschutte bomen op, waar hij met vele soortgenoten ’s avonds een slaapplaats heeft. In de avond vliegen ze dan uit, op voedseljacht en in het voorjaar scheiden hun wegen weer en zoeken ze ieder hun eigen gebied.

Tot slot: als mensen een uil in hun omgeving hebben zitten en er nog geen nestkast in de buurt is, dan kunnen ze contact opnemen met: uilen@royvandelft.nl.


Maart 2015, tekst: RC Schalken, foto: Harrie en Roy: Marian de Bonth, overige foto’s: Roy van Delft












“Je kunt moeilijk met een collectebus langs deuren gaan”
Met subsidie van de provincie en de Europese Unie is de oprichting van een eigen energiecoöperatie in Heusden mogelijk gemaakt. Woensdag 26 november werd Energiek Heusden, zo heet de coöperatie, gelanceerd. “De grootste uitdaging is misschien nog wel mensen bewust maken van de hoeveelheid energie die ze verbruiken en laten zien dat het ook anders kan”, zegt Rinus Zebregts, de kersverse secretaris van het bestuur van deze coöperatie. In zijn werkzame leven verdiende hij de kost met energie en als bevlogen vrijwilliger steekt hij nu zijn energie in het opzetten van projecten. En daar vertelt hij meer over.

Het interview is een mooie reden om maar gelijk lid te worden van Energiek Heusden en de website te bezoeken. “We bestaan nog maar net, liggen nog in de wieg”, antwoordt hij op vraag waarom ik nog geen contributie hoef af te dragen. “Volgend jaar wordt € 15,- automatisch van jouw bankrekening afgeschreven.”

Het bestuur van Energiek Heusden bestaat momenteel uit voorzitter Frie van Hulten, secretaris Rinus Zebregts en penningmeester Edwin Kooyman. “Niet alleen voor het bestuur, maar ook voor de werkgroepen kunnen we nog versterking gebruiken.” Energiek Heusden heeft nog geen ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling). “Zover zijn we nog niet. We kunnen niet alles tegelijk. Het is belangrijk om nu concreet dingen aan te pakken, omdat de mensen van de werkgroepen het resultaat van hun gepleegde inspanningen willen laten zien.”

Energieproductie en -reductie
Er zijn 4 werkgroepen. Overlapping bij die werkgroepen heb je volgens Rinus altijd. “De basis ligt bij de werkgroep Produceren, - daarbij denken we vooral aan zonne-energie- en Besparen/Reductie. De werkgroep Communicatie en Educatie is meer ondersteunend en faciliterend. Dan heb je nog de werkgroep Sportaccommodaties. Bij sportcomplexen wordt een heleboel energie verbruikt, waarbij je je moet afvragen of al die stroom wel nodig is. Sportverenigingen kunnen samen dingen ontdekken, waarmee ze zuiniger kunnen zijn met energie. Ze kunnen ook zonnepanelen aanschaffen. Voor particulieren geldt een terugverdientijd van 7 á 8 jaar en bij sportcomplexen gaat het om een terugverdientijd tussen de 12 en 15 jaar. Dat is behoorlijk langer, vanwege het gunstige grootverbruiktarief en gedeeltelijke teruggave van energiebelasting door NOC-NSF. Grote schoolgebouwen zijn ook grootverbruikers. Kleine scholen zijn eerder renderend te maken.”

Crowdfunding
Ten aanzien van de economische haalbaarheid van zonnepanelen op daken van scholen en sportaccommodaties bestaat, vanwege de lange terugverdientijd, dus de nodige scepsis. Is crowdfunding daarvoor de juiste oplossing en hoe doe je dat?

“Crowdfunding is eigenlijk niets anders dan de menigte enthousiast krijgen om anderen financieel te helpen. Je hebt mensen die vanuit idealisme aan crowdfunding meedoen, die een bepaald doel hebben én mensen die kijken hoeveel meer rente het oplevert dan bij de bank.”
De energiecoöperatie gaat volgens de secretaris het echte crowdfundingswerk en bijbehorende contracten uitbesteden aan een financieel, gespecialiseerd bedrijf, waar volgens de AFM-regels gewerkt wordt. “We hebben daarvoor gekozen, omdat het anders heel veel handwerk is en lastig om te zien dat het netjes geregeld wordt. De kosten daarvan worden binnen het project terugverdiend. We gaan daar niet die € 15,- contributie aan besteden, want dan is het zo op.” Worden de zonnepanelen er dan duurder door? “Ja, die worden er wel iets duurder door, maar hoe wil je ze anders financieren? Je kunt moeilijk met een collectebus langs de deuren gaan. Als je dan ook nog lid van onze coöperatie wordt, dan kun je over alles meepraten wat we willen en gaan doen. De coöperatie is een vereniging die mag ondernemen en bij leden geld gaat halen om andere leden iets te laten doen.

Planning
De coöperatie gaat op korte termijn een contract afsluiten met Scala (overkoepelend bestuur basisscholen in Heusden) voor zonnepanelen op de gymzaal van de Lambertusschool in Haarsteeg. Ook kijken we naar de mogelijkheden van de andere Scalascholen. Wat ook prioriteit gaat krijgen is het leggen van contacten met inwonersgroepen om energiebewuster te worden en later mogelijk te gaan isoleren. Misschien dat het nieuwe energielabel ons gaat helpen.
Vanaf 1 januari zijn huizenverkopers verplicht om aan de koper te laten zien welk energielabel de woning heeft. Doe je dat niet, dan kun je een boete krijgen die kan oplopen tot een paar honderd euro.”

Met de switchservice, subsidieregelingen en aantrekkelijke leningen, maar ook met het energiekoffertje WattNu wil de coöperatie de boer op. Energiek Heusden roept buurt- en wijkverenigingen en clubs op om mensen op te trommelen die geïnteresseerd zijn in energiebesparing. “Nodig ons uit”, zegt Zebregts, “samen maken we energie duurzaam en betaalbaar.”




RC Schalken, foto’s Ad van Kessel

Interview met Anja Kleijn en Marianne Rechters
“We gunnen dit Heusden”
“De reden voor de start van Samen Tuinen is breder dan alleen het ontbreken van een eigen tuin en de behoefte om in de aarde te kunnen wroeten”, vertelt Anja Kleijn die samen met Marianne Rechters tot de initiatiefgroep behoort die de eerste Samen Tuin in Heusden gaat realiseren. “Aan de oostkant van Drunen, dichtbij de Eendenkooi, ligt een perceel van 3200 m2, waarvoor de eigenaar een toekomst ziet als Samen Tuin”. In heel Nederland verschijnen Samen Tuinen, niet te verwarren met moestuinen, en in een enthousiast betoog leggen ze uit waarom Heusden niet kan achterblijven, sterker nog, dit keer bij de voorlopers gaat horen.

In de ledenvergadering van de Natuur- en Milieuvereniging, op 7 april, presenteerde Anja Kleijn, die via de Brabantse Milieu Federatie (BMF) al kennis gemaakt had met stadslandbouw en samen tuinieren, het idee over Samen Tuinen. “Gezellig gezamenlijk bezig zijn en dingen uitproberen. Ik was nauwelijks uitgesproken of er was al iemand enthousiast. En ik dacht -als dat nu al het geval is, dan komen er beslist meer-.” Die ene persoon was Marianne Rechters en dat er beslist meer zouden komen, bleek al snel. “Ik wist precies wat ze bedoelde, want kende Samen Tuinen al van Gemert, waar 25 jaar geleden midden in het dorp een nieuwe woonwijk zou komen, waar mensen ‘voor zijn gaan liggen’. Daar ligt nu de oudste Samen Tuin op een ontzettend grote oppervlakte. Ik dacht -als zij dit bedoelt, dan gun ik dat ook Heusden-”, zegt Marianne die er aan toevoegt verslaafd te zijn geworden aan het idee om een openbare Samen Tuin te realiseren.

Permacultuurtuin
Begin juni werd in ’t Patronaat te Nieuwkuijk een lezing verzorgd over Samen Tuinen in Heusden, waarbij John Vermeer vertelde hoe de start van verschillende Samen Tuinen in Haaren in zijn werk gegaan is. Marianne: “In Haaren zijn ze net iets eerder
van start gegaan. John is van de permacultuurtuin.” Of de eerste Samen Tuin in Heusden ook een permacultuurtuin wordt, hangt af van wat de deelnemers willen.



Geen moestuin
Bij permacultuur ontwerp en deel je de tuin en omgeving zo praktisch, efficiënt, natuurlijk en mooi mogelijk in. De tuin wordt op verschillende hoogtes en in verschillende lagen aangeplant en van groente, struik naar bomen opgebouwd, met de bedoeling om uit te groeien tot een zelfvoorzienende, vruchtbare, eetbare en natuurlijke tuin waar alles lekker door elkaar mag groeien en gedijen. Het is zeker geen moestuin, waar veel planmatiger gewerkt wordt en het accent ligt op productie.

Teveel voedingsstoffen
“In de praktijk gaan volkstuincomplexen gebukt onder het gegeven dat de planten teveel voedingsstoffen krijgen”, legt Anja uit. Wat ze wil zeggen is dat er teveel gemest wordt, of nog erger dat er soms kunstmest gebruikt wordt. “Dit is breed bekend, bijvoorbeeld bij gemeenten die volkstuintjes verhuren. Maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. Meestal onbewust zorgen veel moestuinierders ‘te goed’ voor hun planten. Wij kiezen voor een ecologische en duurzame methode en omdat de kennis daarvoor vaak ontbreekt, gaat de natuur- en milieuvereniging het initiatief ondersteunen.”
De Samen Tuin vlakbij de Eendenkooi wordt dus een pilotproject. “De Natuur- en Milieuvereniging gaat begeleiding inkopen bij Velt België. We zoeken een cursus uit die helpt om Samen Tuinen vorm te geven. Leden en niet-leden van de vereniging kunnen daaraan tegen een vergoeding deelnemen.”



Mooi stuk natuur
In het najaar wil de initiatiefgroep daadwerkelijk van start gaan bij het perceel vlakbij de Eendenkooi te Drunen, dat aan de ene zijde omringd wordt door wilgenbomen en aan de andere zijde door een houtwal. Nu loopt er nog een paard, waarvoor elders een plek gezocht wordt. Het is een mooi stuk natuur dat de eigenaar beschikbaar stelt aan de initiatiefgroep. Volgens Marianne Rechters is alle snoei- en bladafval bruikbaar. De structuur van de bodem moet intact blijven en bijvoorbeeld wandelpaden kunnen aangelegd worden met houtsnippers. Ze droomt nu al over de inrichting van het langwerpige perceel, wil straks op hoogte gaan tuinieren, eventueel wat in de grond wroeten, maar liever nog kennis overdragen aan jonge mensen. Op het perceel is een waterpoel aanwezig. “Bijen, waterpoel en bloemen, dat moet iets moois worden. En we hebben al een imker.” Volgens haar hoeft de Samen Tuin geeft kisten bonen op te leveren. “Het gaat ons niet om de productie, maar het is wel de bedoeling dat er iets van af komt. Het is voor het plezier. Ik zie me al salades maken en met een groep op zitten peuzelen.”

Ondersteuning
De eerste Samen Tuin in de gemeente Heusden is een pilotproject, dat moet zorgen voor ervaring, bekendheid over toepassing en inbedding van Samen Tuinen in de gemeente Heusden. Uiteraard met de hoop dat op termijn in diverse kernen een Samen Tuin werkelijkheid wordt. “We hebben een goed contact met de gemeente Heusden. In het Geerpark bijvoorbeeld is ook ruimte voor een Samen Tuin gepland. Als wij daarvoor gevraagd worden, dan kunnen we ondersteuning bieden.”




tekst RC Schalken, foto’s Ad van Kessel

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2017
Vogelgeluid